Over onderwaterarcheologie en wrakduiken

Studiedag onderwaterarcheologie (2)

VLIZ studiedag

Vorige maandag nam ik een dagje verlof om de studiedag Archeologie en Onderwaterlandschap bij te wonen. Had ik vroeger geweten dat onderwaterarcheologe een beroep was, ik had misschien iets in die richting gedaan.

Er schreven uiteindelijk 190 mensen in voor de studiedag van het VLIZ. Zowel professionelen als liefhebbers van de duiksport. Een verslagje (ok, zeg maar verslag) van deze interessante studiedag:

SeArch

Eerst stelde Tine Missiaen het project SeArch voor. In het voorjaar was er al een info-avond (vooral voor wrakduikers) en toen kwam dit ook al aan bod. Het gaat vooral om het in kaart brengen van het onderwatererfgoed en een kader voor de rechtszekerheid te scheppen met een praktische handleiding en protocols. Want er is nu wel een wetgeving omtrent oa vondsten op wrakken in de Noordzee, hoe het praktisch allemaal moet lopen is nog niet helemaal duidelijk.

Het SeArch-project richt zich voornamelijk op drie testgebieden: de Thorntonvallei en de noordelijke vallei, de Oostendevallei en de IJzervallei en Raversijde. Ook strandprospecties vallen hieronder.

Geoff Bailey van de University of York erkende het toerisme als de grootste industrie wereldwijd. Een factor waar ook rekening mee moet gehouden worden. We leerden ook dat, als de zeespiegel 130 meter zou stijgen, Madrid als enige West-Europese hoofdstad zou overblijven. Een archeoloog die in die omstandigheden zou werken, zou vermoeden dat we vroeger, voor de stijging van de zeespiegel, vooral op het platteland woonden. Wat uiteraard niet zo is. Daarom is het ook belangrijk het onderwaterlandschap te onderzoeken. Dit kan veel verklaren over migratiestromen. Tot 6000 jaar geleden lag het zeeniveau veel lager.
Ook onderwatermeren kunnen ontdekt worden wat dan weer zeer belangrijk kan zijn voor streken waar droogte heerst.

Wetgevend kader ivm onderwatererfgoed

Thary Derudder van de Universiteit van Gent gaf een duidelijke presentatie over het wetgevend kader in België ivm onderwatererfgoed. Deze trad in werking op 1 juni 2014 toen de regering de geratificeerde Unesco Conventie in wetten omzette. Via ministerieel besluit zijn ondertussen twee scheepswrakken erkend. Het gaat om het lichtschip Westhinder en het Brits oorlogsschip HMS Wakeful dat in 1940 zonk.

Ze verduidelijkte wat er onder cultureel erfgoed onderwater wordt begrepen (elke ontdekking, deels/tijdelijk…). Voor de territoriale zee (de eerste 12 zeemijl) is er geen tijdscriterium. Binnen de Exclusieve economische zone gaat het om voorwerpen die zich minimum 100 jaar onderwater bevinden. Met de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog vallen deze wrakken stelselmatig onder de nieuwe wetgeving.

Melding van vondsten in zee

Het is dus verboden om vondsten intentioneel boven water te brengen. Als je iets vindt, moet je dit melden via vondstenindezee.be of gouverneur@west-vlaanderen.be. Tussen 1 juni en 24 oktober waren al 15 meldingen gebeurd. Als je iets meldt, denk er dan ook aan de exacte coördinaten van de vindplaats mee te geven.

Wat gebeurt er nu na zo’n melding? Besluit het onderzoeksrapport dat aan de gouverneur bezorgd wordt dat het niet om cultureel erfgoed gaat, dan wordt de vinder eigenaar (geldt niet voor staatsschepen). Gaat het wel om cultureel erfgoed, dan wordt indien mogelijk voor in situ bewaring gekozen en volgen beschermingsmaatregelen.

Wie is de eigenaar?

Om te bepalen wie eigenaar is, gelden de eigendomsrechten. De oorspronkelijke eigenaar krijgt negen maand tijd om zich te melden en de eigendom op te eisen. De eigenaar moet alle gemaakte kosten op dat moment terugbetalen. Ook een museum kan aangeven eigenaar te willen worden. Wil niemand het eigendom dan kan de vinder eigenaar worden. De eigenaar moet het erfgoed opslagen, bewaren en beschermen met het oog op conservering op lange termijn. Hier hangt vaak een prijskaartje aan vast. Als ook de vinder het voorwerp niet wil, wordt de Belgische staat eigenaar.

Er zijn een paar zaken uit de Unesco Conventie niet concreet overgenomen. Zo is de verplichting om vondsten uit de EEZ of het continentaal plat van een andere staat te melden niet overgenomen. Het is ook niet duidelijk of, en in welke mate er samenwerking met andere staten zal zijn. De minister moet wel andere staten consulteren als een vondst interessant zou kunnen zijn.

Daarnaast zijn ook de beschermingsmaatregelen (welk soort erfgoed op welke manier beschermen) een uitdaging voor de toekomst. Net als de controle op de naleving van de wet. Er zouden incentives moeten komen voor het melden van een vondst.

Ook belangrijk om weten is dat vondsten die dateren van voor de wetgeving gewoon vrij gemeld kunnen worden. Het eigendomsrecht blijft.

Noordzeewrakken

Sven Van Haelst gaf wat meer uitleg over de wrakken in het Belgisch deel van de Noordzee. De wrakkendatabank en andere initiatieven worden gebundeld op www.maritieme-archeologie.be. Er zijn momenteel 361 posities bekend, waarvan 260 scheepswraksites (dateren van de 16e tot de 20e eeuw – 90% uit de 20e eeuw). 62 van deze wraksites zijn nog niet geïdentificeerd. Ook zijn er 6 vliegtuigwraksites. Het gaat dan vooral om brokstukken. De 65 overige vallen onder ‘andere’ te classificeren.

Deze wrakken staan bloot aan bedreigingen van natuurlijke aard (erosie, corrosie en elektrolyse en biologische aantasting zoals paalworm) en van menselijke aard (bouwen van windmolenparken, boomvisserij, zandwinning en wrakberging,…).

Enkele gekende wraksites:

  • Zeebruggewrak: vroeg 16e eeuws, per toeval ontdekt door een visser die een kandelaar had opgevist
  • ‘t Vliegend Hert: een 18e eeuws VOC schip wat grotendeels verzand is
  • het Buiten Ratel wrak
  • Rond de Kwintebank zijn ook al amforen uit de Romeinse Tijd opgevist.

Van de 20e eeuwse wrakken zijn er 140 oorlogswrakken (WOI en WOII) waarvan 80 oorlogsgraven. Er liggen ook heel wat Duitse U-boten. In ons stuk van de Noordzee ligt van elk type minstens 1.

Het archeologisch onderzoek op de wrakken van de Noordzee wordt bemoeilijkt door de weersomstandigheden (wind en golven), de getijdenstromingen, het vaak troebele water en de verzanding. Factoren die de wrakduikers onder ons allen bekend zullen zijn.

In de namiddag kon je je vondsten ook aan enkele specialisten tonen, zoals je op bovenstaande foto kan zien. Amai, dit is een lange post geworden. Ik had dan ook veel notities genomen. Bedankt om helemaal tot het einde te zijn blijven lezen ;-)

Meer over noordzeewrakduiken en onderwaterarcheologie? Stay tuned!

Mission The Wash – The Movie Trip

Eentje uit de oude doos…

Duiktrip met Cdt. Fourcault: het vertrek

Na lang aftellen was het zover! We zouden vertrekken op Noordzeetrip. ‘We’ zijn John, Ion, Luc en ikzelf (en dan nog wat duikers van bevriende duikclubs). De Cdt. Fourcault, onze thuisbasis voor de komende week, ligt (misschien) op ons te wachten in de haven van Hull. Misschien want hun vorige reis ging naar het Hoge Noorden en daar liep niet alles volgens plan.

In Zeebrugge wacht een camionette die ons duikmateriaal op de ferry mee zal nemen. 24 duikuitrustingen passen er nipt in en de banden kunnen het gewicht amper aan.
Als illegalen (spreekwoordelijk hé, we waren allemaal perfect in orde met onze papieren) kropen we zelf –dicht tegen elkaar- in een tweede camionette. Klaar voor de overzetboot.

2 Illegalen

4 Cdt Fourcault

The Humber

Na een lange nacht klauteren we aan boord van de Fourcault. De weersvoorspellingen zien er niet goed uit maar hoopvol maken we ons materiaal duikklaar en vooral stormvast. Pim en zijn team verwelkomen ons en Pim vertelt over het ijs waar ze in vastzaten.

Eens we de Humber verlaten wordt het helaas al snel duidelijk dat duiken in The Wash er niet in zal zitten: 7 Beaufort! We bekijken dan maar Das Boot om ons enkele uurtjes bezig te houden. Na een woelige nacht worden we terug wakker in de Humber. De Fourcault maakte rechtsomkeer en zocht bescherming in de riviermonding tegen de 8 Beaufort die er ondertussen stond. Een linkje naar tips tegen zeeziekte is hier op zijn plaats ;-)

Films, films, films…en Uno

Het leven aan boord bestaat uit slapen, eten en dvd’s bekijken. De massagestoel kent veel bijval. We hopen op weersverbetering zodat we toch enkele duikjes (desnoods niet in The Wash) kunnen loggen. Misschien kunnen we beter een filmlogboek maken: Das Boot, Shooter, Pitch Black, As Good As It Gets, The Abyss, My Name is Nobody, Magnolia, Broken Flowers, The Fifth Element, Finding Nemo, Hostel, Usual Suspects, The Departed, True Lies, Jack Ass, From Dusk till Dawn, … en nog 20 andere.

Na 3 dagen komt Luc met een leuke afwisseling: UNO!
Tja, het was voorspeld op Luc zijn T-shirt: You’ll never dive…11 Youllneverdive

13 film

12 Uno

Toch duiken?

Vrijdagochtend is er goed nieuws: we gaan duiken! Iedereen trekt heel enthousiast zijn uitrusting aan. Je kan kiezen hoe je in het water gaat: springen of met de kooi. Ik kies voor de kooi, het lijkt me net te hoog om met volledige duikuitrusting en decoflesje te springen. De zodiac trekt je m.b.v een surfplank naar de dregboei. Het is een makkie om op de surfplank te komen zegt Pim… Yeah right! Niet voor een klein meisje met een decofles! Gelukkig is de bemanning erg behulpzaam. Aan de boei wacht ik op Luc om de afdaling in te zetten.

Fane

Beneden wacht ons een verrassing: we kunnen 2 kanten op. We kiezen rechts… Geen wrak te zien, enkel kreeftenfuiken, stof en heel veel andere duikers, allemaal op zoek naar het wrak. Plots vinden we, wonder boven wonder, het touw terug. We besluiten de andere kant te nemen. Een paar meter van het touw botsen we (eindelijk) op het wrak. We hadden geluk bleek achteraf. Niet iedereen had het wrak gevonden. Het zal je maar overkomen op je eerste Noordzeeduik (zonder namen te noemen, hé Brecht)!

Duik 2?

De tweede duik wordt een nachtduik. Omdat we geen bodemtijd willen verspillen met het zoeken naar het wrak, wordt beslist de rebreatherduikers eerst het water in te sturen. Zij zoeken het wrak, leggen een reeltje en sturen een boei naar de oppervlakte. De rest maakt zich aan boord duikklaar, klaar om te springen (jaja, ook ik beslis met knikkende knieën te springen). Met kilo’s materiaal wachten we op de boei.

Na een uurtje komen de eerste duikers terug boven. Niks gevonden! Geen duik dus. Teleurgesteld doet iedereen zijn materiaal af. Iemand van de andere club (Of mag ik gewoon zeggen dat jij het was, Yvan?) neemt zich voor de volgende keer te wachten met pakpissen tot hij IN het water zit. De discussie die volgde laat ik even achterwege. Niet echt reclame voor de dregkwaliteiten van de Cdt. Fourcault.

De avond wordt afgerond met een filmpje en een spelletje strip-Uno (ja jong, na al die dagen op een boot begint een mens al eens gekke ideeën te krijgen). Dat laatste werd door alle partijen eerlijk gespeeld. Niemand speelde vals, ahum.

Koper!

Poging 3. Na een zware discussie is beslist dat er op het wrak gedregd wordt. De zodiac dregt, terwijl ze een van hun duikers het water insturen. Onze organisator Filip heeft getimed hoelang het duurde om het wrak te vinden. Je moet het hem maar eens vragen. De duiker van de Fourcault keert na 70 minuten aan de oppervlakte terug. Hij heeft het wrak niet gevonden! Wij gelukkig wel. Het was een prachtig wrak! Zowat iedereen haalt wel iets boven: kreeften, lantaarn, een koperen handvat, …

Lord Budt

De sfeer aan boord is op slag helemaal omgeslagen. Iedereen bewondert de souvenirs, geniet van de zon en droomt alweer van het volgende wrak (heel voorzichtjes dan, want met de Foucault weet je nooit…). Het lijkt ons eindelijk mee te zitten. Het derde wrak is ook een pareltje met heel veel vis en kreeft (goed voor de BBQ van vanavond!). Helaas is het al meteen het laatste wrak van deze trip. Algauw hebben we (met decogas) 17 minuten decotrap aan ons been en moeten we aan onze opstijging beginnen.

Kreeft!

De trip wordt afgesloten met een lekkere BBQ (met kreeft). Iedereen is het eens: het eten was absolute top. Tegen 1u ‘s nachts varen we Zeebrugge binnen na een (duik)trip van extremen. Dat het een trip was waar we het nog vaak over zullen hebben…

9 Heidi

35 BBQ

36 zonsondergang

46 Bagage in Zeebrugge

Top 10 mooiste duiken

Belgica Nicolas Mouchart-115

Naar aanleiding van mijn 1000ste duik, even een paar toppers op een rijtje. Klaar voor mijn top 10 van de mooiste duiken?

Top 10 van mijn mooiste duiken

  1. Nachtduik in de Malediven met tientallen haaien, roggen, schildpadden,… Nog beter dan de mooiste National Geographic reportage. Vraag maar aan mijn buddies.
  2. Duiken op de Belgica.
  3. Noordzeewrakduiken met ongelooflijk goede zichtbaarheid: 18 meter op de duikboot, wellicht zelfs nog meer op de Birkenfels. Verder ook het vermelden waard: kreeften aan de schroef van de Garden City, hé Wim… Niets te zien in de Noordzee? Bekijk dit filmpje dan eens. Wedden dat je snel van gedacht zal veranderen?
  4. Scapa Flow, vooral de onverwachte kleurenpracht van de block ships. En het vliegen over het kelp aan het einde van de duik.
  5. De wrakken van Coron. Adembenemend. Een must voor de ervaren wrakduiker!
  6. Schelpenhoek in Zeeland: een pittige duik in Le Jardin de Caroline. Eentje om nog eens opnieuw te doen. Ook al moet je een heel stuk wandelen en over poortjes van de boer kruipen.
  7. Zeepaardjes en pygmee-zeepaardje in Puerto Galera. Eindelijk, zeepaardjes in het wild zien!
  8. Duiken met walvishaaien, manta’s en een bultrug met jong in Mozambique.
  9. Duiken met een zeehond in Zeeland.
  10. Een duik op de Similan Islands in Thailand waar A. en ik meer dan een uur doken. We moesten de duik met tegenzin afbreken omdat we beiden hoognodig ‘moesten’ en we allebei geen pakpissers zijn. Cousteau wist waarom hij deze plek ook in zijn Top 10 had staan… De mooiste koraaltuinen die ik ooit zag.

Duiken die de top 10 net niet haalden: vorig Zeelandweekend – een duikje met schitterende zichtbaarheid aan de Zeelandbrug en de grote zeebaarzen die vlak voor onze neus zwommen. Ook aan de Zeelandbrug: de snotolven bijna zo groot als een voetbal. Aan Sas van Goes, in mijn beginnersjaren – plots 4 sepia’s zien en je ontspanner die net niet uit je mond valt van verbazing. Dolfijnen zien onderwater. En de eerste haaien, tijdens een duikcruise naar het Verre Zuiden in Egypte. En zo zijn er nog heel wat mooie herinneringen! Genoeg geschreven voor vandaag… tijd om nog een duikje te maken!

Belgica – de Gerlache

Please scroll down to read the story about the Belgica in English.

Belgica (1)

De geschiedenis

de Gerlache

Flashback naar eind negentiende eeuw. De Belg de Gerlache kocht het Noorse schip Patria en doopte het om tot de Belgica. Het plan was ambitieus: naar de Zuidpool reizen. Op 16 augustus 1897 vertrok de Belgica in Antwerpen. Aan de kaaien daar staan sinds een tijdje verwijzingen naar deze legendarische reis en de bemanning van de Belgica. Dat ze pas veel later zouden terugkeren, dat was niet voorzien. In februari 1898 raakte de Belgica vast in het poolijs. Ondanks verwoede pogingen alsnog los te komen, was het schip en zijn bemanning gedwongen om op Antarctica te overwinteren. Ze waren hiermee de eersten ooit om te overwinteren op dit continent. Het bleek een zware beproeving: wekenlang zonder daglicht, slinkende voedselvoorraden en geen vooruitzicht over wanneer ze uit het ijs zouden losbreken. Dit zou uiteindelijk pas het jaar erop zijn. In november 1899 vaart de Belgica Antwerpen terug binnen.

WO II

1940: De Britten gebruiken het schip als munitieopslag. Op 19 mei 1940 brengt een Duitse luchtaanval het schip tot zinken nabij het Noorse havenstadje Harstad.

De ontdekking

1990: Lokale duikers ontdekken het wrak. De Noor Kjell, die ik in Harstad ook zou ontmoetten, identificeerde het wrak als de Belgica. Gezien de vaderlandse geschiedenis zijn we in België uiteraard geïnteresseerd in het wrak en er vinden meerdere expedities plaats om de toestand van het wrak te evalueren met als doel de Belgica (of toch zoveel mogelijk delen ervan) te conserveren.

Mijn expeditie

Fast forward naar 2012. Nogal onverwacht kreeg ik een mail van onderwaterarcheoloog Tomas Termote. Hij zou een paar weken later op de Belgica gaan duiken. Of ik geen zin had om deel uit te maken van zijn expeditieteam? Tuurlijk! Er moest wel het een en ander geregeld worden (lees: verlof aanvragen in een hele drukke periode en budget dat voor de verbouwingen was voorzien vrijmaken voor een vliegticket en dergelijke). Maar ik kon deze kans niet laten liggen.

Op naar Noorwegen!

Op Brussels Airport ontmoetten we Nicolas, de onderwaterfotograaf. Ik dacht dat ik veel bagage mee had… Mijn berg bagage viel heel goed mee in vergelijking met het volgeladen karretje van Nicolas! De eerste vlucht bracht ons naar Oslo. Op de luchthaven daar maakten we kennis met de Roemenen die ons zouden vergezellen. Cameraman Cosmir en regisseuse/producente Ana zijn bezig met een documentaire over de enige Roemeen aan boord: Emil Racovita.

Harstad

Eens in Harstad worden we opgepikt door Kjell en Christian. Ze brengen ons naar het hotel. Onderweg was het genieten van de besneeuwde landschappen. Cosmir en Ana waren nogal stil. Het was pas toen bleek dat Ana in Frankrijk gestudeerd had en ik naar het Frans overschakelde dat het ijs brak.

In het hotel bleken we met een overboeking te zitten. De mannen zouden een kamer delen. Ana en ik deelden de andere kamer. De volgende nacht konden we elk een aparte kamer betrekken maar toen Ana de hoge prijzen in Noorwegen zag, was ze snel akkoord om de komende dagen ook gewoon een kamer te delen.

De rest van de avond brachten we in het duikcentrum door: flessen afhalen, lood en rest van het materiaal in orde brengen.

Time to dive!

De volgende dag startte al vroeg met een briefing. De geschiedenis van het wrak en de plannen van het wrak passeerden de revue en de duiken werden gepland. Na de briefing was het tijd om aan boord te gaan. Het was een eindje varen. De Belgica ligt niet ver uit de kust maar is het makkelijkst bereikbaar over het water.

De Belgica is 36 meter lang en heeft een houten romp. Het wrak ligt op ongeveer 20 meter diepte. Toen wij er waren, in maart was de watertemperatuur rond de 0°C. De zichtbaarheid was adembenemend! Omdat er een probleem was met de onderwatercamera’s, ging ik als eerste in het water. Van zodra je kopje onder ging, zag je de Belgica in zijn geheel liggen. Even naar adem happen!

Bucket list!

Dit was dus het wrak waar ik al zo veel over gelezen had. Zichtbaarheid +20 m!
De eerste duik was een algemene verkenning (voor het logboek: 20 meter, 50 minuten). Het viel me op dat er ontzettend veel krabben op het wrak wonen. Ook al was het water erg koud, met mijn dubbel onderpak, droogpak en duikwanten viel het best mee.

In koud water duiken vraagt, naast extra warme kledij, ook enkele speciale maatregelen: zo ga je boven water niet uit de ontspanners ademen om bevriezing te voorkomen.
Eens terug aan boord was de vloerverwarming in de boot een leuke verrassing. Na een debriefing vaarden we terug naar de haven.

Duik 2

De tweede duik stond in de namiddag gepland. Deze keer geen problemen met de camera’s en we waren al snel klaar om in het water te springen. Het wrak is in staat van verval, de kleinste aanraking kan voor serieuze beschadiging zorgen. Het is dus uiterst voorzichtig duiken. Bovendien bevindt er zich springstof aan boord.
Deze tweede duik volgden we ook een touw naar een tweede wrakje wat verder. Deze barge is niet veel speciaals (in vergelijking met de Belgica) en veel is er niet over geweten. We keerden dus snel naar de Belgica terug.

Duik 3

De dag erna, tijdens de derde en laatste duik van deze expeditie, toonde Tomas me het stuurwiel en namen we voorzichtig een kijkje in de stuurhut. Naast kranen zag ik er ook een kopje liggen. Het wrak is prachtig begroeid en toen wij er waren bewaakte een snotolf er zijn nest. Schattig om zien.

‘s Avonds stond nog een ontmoeting met een journalist op het programma maar die belde op het laatste nippertje af wegens een dringender bericht (er verdween die middag een Hercules in de omgeving). Terwijl het nieuws in België overheersd werd door de busramp van Sierré, was het al Hercules wat het Noorse nieuws betrof.

Voor we de dag erna naar huis vertrokken was er nog wat tijd om het (dure en beperkte) nachtleven van Harstad in te duiken en te shoppen voor het thuisfront.

De Belgica, het blijft me fascineren. Nog meer nu ik het wrak en zijn geschiedenis ervaarde, zowel door deze 3 topwrakduiken die zonder meer in mijn top 10 duiken allertijden horen als door de vele plekken in Antarctica, gerelateerd aan de Gerlache te kunnen bezoeken.

Als uitsmijter nog dit filmpje, het resultaat van het harde werk van Ana en haar team: Scufundare la epava Belgica

Belgica (2)

Belgica Nicolas Mouchart-33

Belgica Nicolas Mouchart-115

happy after Belgica dive

Expeditie team Belgica

Diving the wreck of the Belgica

Flashback to the late nineteenth century. The Belgian de Gerlache purchased the Norwegian ship Patria and renamed it the Belgica. The plan was ambitious: to travel to Antarctica. On August 16, 1897, the Belgica left Antwerp. Their return would be much later then planned.

The story of the Belgica

In February 1898, the Belgica became trapped in the polar ice. Despite frantic efforts to come loose, the ship and its crew was forced to overwinter in Antarctica. They were thus the first ever to overwinter on this continent. They suffered severe bearings: weeks without daylight, hardly any food stocks and no prospect about when they would be able to break free from the ice. In November 1899, the Belgica sailed back to Antwerp.

1940: The British use the ship as ammunition storage. On May 19, 1940 a German air raid brings the ship sinking near the Norwegian port town of Harstad.
1990: Local divers discover the wreck. The Norwegian Kjell, whom I met in Harstad identified the wreck as the Belgica. Given the national history, Belgium is of course interested in the wreck and starts up several expeditions, to evaluate the state of the wreck, with the aim to preserve the Belgica (or as many as possible parts of).

Expedition Belgica

Fast forward to 2012 when quite unexpectedly, I received an email from underwater archaeologist Tomas Termote. He was going to dive the wreck of the Belgica and asked me if I wanted to be part of his expedition team. Sure! This was a chance I could not let pass!

A few weeks later we met the underwater photographer Nicolas at Brussels Airport. I thought I had a lot of luggage… My amount of luggage was nothing compared to the laden trolley of Nicolas! The first flight took us to Oslo. At the airport we met the two Romanians who would accompany us during the expedition. Camera operator Cosmir and director/producer Ana were making a documentary about Emil Racovita, the only Romanian aboard the Belgica during the expedition of de Gerlache.

Harstad in Norway

Upon arrival in Harstad Kjell and Christian picked us up and drove us to the hotel. The surroundings were lovely and snow white. Cosmir and Ana were quite quiet. It was only until Ana told us she studied in France and I started to speak French with her, conversation ran more smoothly.

As there was an important conference in Harstad, the hotel was fully booked. Too full: they overbooked. The guys had to share a room and Ana and me were going to share a room. The next night, we all could have our seperate rooms. But when we saw the price of the room, Ana and I were happy to share the room for the whole period.

The rest of the night was spent in the dive store: filling dive tanks, checking weight belts and preparing diving equipment.

Diving the Belgica

An early start, the next day with an early morning briefing. We talked about the history of the wreck and studied the plans of the wreck. We planned the dives and divided the tasks underwater. After the briefing we went aboard the dive vessel. The Belgica is close to the shore but it is hardly possible to get there overland.

The wreck is 36 meters long and is made out of wood. It rests at about 20 meter depth. When we were there, early March, the water temperature was around zero degrees. The visibility was awesome. Because of an issue with the camera’s, plans changed and I jumped in first. As soon as I put my head below the surface, I could see the Belgica. Breathtaking! This was the wreck I had been reading and dreaming so much about.

The first dive

The first dive was an exploration dive. I logged 20 meter and 50 minutes. Eventhough the water was very cold, I didn’t feel it thanks to my dubble undersuit, drysuit and 3-finger gloves. Cold water diving asks for some special measurements. You avoid to breath through the regulators while above the surface. Otherwise they can freeze.

Second dive

The second dive was planned in the afternoon. This time all camera’s where ok and we all could jump in the water as planned. The wreck is devastated. The smallest touch can result in severe damage. You have to be very carefully while diving. Above the vulnerability of the wreck, the wreck is also covered in explosives. During this second dive we also explored the second wreck, a few meters further. There is not a lot known about it, compared to the Belgica.

The third dive

The day after, during the third and last dive of this expedition, Tomas showed me the steering wheel and we took a look in the bridge. Besides valves we also saw a mug. The fauna and flora of the wreck is awesome. I especially enjoyed the lump sucker, sitting on its nest.

In the evening we were supposed to meet a journalist but that was cancelled because of a missing Hercules. While the Belgian media had to deal with the terrible bus crash with school children in Sierré, the Norwegian press was all about the missing Hercules.
Before going home we hit the shops and enjoyed the nightlife. The Harstad way.

The Belgica, it stays fascinating. Even more now that I have dived it and experienced its history. Both by diving it and visiting the places it overwintered. Surely in my top 10 dives ever!
And last but definetely not least this video by Anna and Cosmir: Scufundare la epava Belgica

Over souvenirs en erfgoed in onze Noordzee

Noordzee (2)

Donderdagavond was ik aanwezig op het overleg voor de Noordzee-wrakduikers in het VLIZ. Er was 120 man ingeschreven en dat woordje ‘man’ mag je redelijk letterlijk nemen: ik telde amper 6 vrouwen tussen de aanwezigen, mezelf inclusief. Ik kreeg dan ook meerdere keren de verwonderde vraag “Duik jij ook? En op zee en al?” Ja dus, beste heren, u sprak met een fervent Noordzee-wrakduikster. Ze zijn niet talrijk, maar ze bestaan: de Noordzee-wrakduikster. (Ook qua leeftijd viel ik trouwens uit de toon. Laat ons zeggen dat er niet veel dertigers, laat staan twintigers rondliepen.)

Maar over naar de inhoud van deze avond over souverirs en erfgoed van onze Noordzee. Eerst stelde Ine Demerre (één van de zes aanwezige vrouwen) het IWT-project SeArch “Archeologisch Erfgoed in de Noordzee” voor. Om de methodiek te verfijnen en een goed beleid te kunnen voorbereiden lopen momenteel twee testcases: eentje in de Oostendevallei en eentje in de Thorntonvallei. Duizenden jaren geleden was dit land en je kan je er nu onderwater, mits wat geluk, beenderen van een mammoet aantreffen. Een ander deeltje van het onderzoek situeert zich op een wrakje aan de Oosteroever (Oostende). Ook op het strand in Raversijde voerden ze onderzoek naar de nederzettingen van het Middeleeuws vissersdorpje.

Vervolgens sprak Marnix Pieters over de recente ontwikkelingen met betrekking tot wetgeving omtrent de bescherming van het cultureel erfgoed onder water. We spreken dus niet langer over de wrakkenwet (2007). België ratificeerde onlangs als 45ste land de UNESCO-conventie ter Bescherming van Cultureel Erfgoed Onder Water uit 2001.

Over deze UNESCO-conventie vond ik deze verduidelijkende video:

Cultureel erfgoed dat zich al minstens 100 jaar onder water bevindt is voortaan dus beschermd. En dit voor erfgoed dat gelegen is in de exclusieve economische zone en op het continentaal plat van de Noordzee. In de territoriale zee, waar België volledige soevereiniteit geniet, kan ook erfgoed beschermd worden dat zich minder dan 100 jaar onder water bevindt. De voorkeur gaat naar bewaring in situ. Dit betekent ook dat alle wrakken uit de Eerste Wereldoorlog voortaan beschermd zijn, voor zover ze in zeegebieden liggen die de UNESCO-conventie geratificeerd hebben. 

Concreet komt het er dus op neer dat als je iets vindt waarvan je redelijkerwijs kan vermoeden dat het cultureel erfgoed is, je dit moet melden aan de ontvanger. Dit is de gouverneur van West-Vlaanderen. De Belgische staat wordt dan ‘eigenaar’. Is het geen erfgoed dan gaat de vondst terug naar de vinder. Is het wel erfgoed, dan publiceert de ontvanger de vondst. De eigenaar heeft dan 9 maanden de tijd om te bewijzen dat het zijn eigendom is. Ook een museum kan interesse tonen. Als dit niet gebeurt, gaat het voorwerp naar de vinder. Bezit van niet volgens deze wet verworven vondsten zijn verboden. 

Wie alle wetten wil uitpluizen kan hier terecht.

Waarom is het zo belangrijk dat dit maritiem erfgoed beschermd wordt? Alle vondsten die verspreid gedaan worden zijn puzzelstukjes. Het ontbreken van een stukje kan de identificatie van een bepaalde site in de weg staan. Zowel wrakduikers als archeologen hebben interesse in het verhaal van het wrak. In dat opzicht is het dus een win-win. Jammer dat niet iedereen in de zaal daarvan overtuigd bleek te zijn.

Tot slot was er ook nog een voorstel tot samenwerking met de wrakduikers. Omwille van de verstrengde arbeidswetgeving is het niet langer mogelijk om als vrijwilliger mee te gaan met het duikteam op het onderzoekschip Simon Stevin (vroeger was dit met de Zeeleeuw). Er was wel een voorstel tot samenwerking ivm monitoring aan de hand van voorgedrukte formulieren waarop wrakduikers gegevens kunnen aanduiden ivm de bewaringstoestand van een wrak, de diepteligging, verzanding, technische gegevens, bodemgesteldheid,… Ook biodiversiteit en de al dan niet aanwezigheid van netten op de wrakken worden mee opgenomen in de monitoring. Ze vragen ook om beeldmateriaal te delen. Ik zie niet wat de gemiddelde wrakduiker hierop tegen zou kunnen hebben. Ze stellen de gegevens vervolgens beschikbaar op een website. Handig om te weten of er op bepaalde wrakken eventueel (nieuwe) netten hangen of niet. Ze denken in de toekomst ook aan mogelijke opruimacties (naar Nederlands voorbeeld: Duik de Noordzee Schoon).

Er is uiteraard uitgebreid nagekaart. De meningen verschilden nogal. Ik hoop dat de ervaren rotten ook aan de toekomstige wrakduikers denken. Ik heb de wrakken de afgelopen 10-12 jaar (ja, heren, ik ben geen newbie meer) al enorm zien evalueren. Invloeden van de natuur, maar ook door menselijke tussenkomst. Als we dat tweede al een beetje kunnen beperken dan weet ik zeker dat ik over 20 jaar nog steeds mooie wrakduiken in onze geliefde Noordzee kan maken. En dat flauw grapje ivm leeftijd schrap ik maar. 

Voila, ik heb mijn best gedaan de inhoud van de avond zo correct mogelijk weer te geven. Deze samenvatting is uiteraard niet volledig. Opmerkingen of aanvullingen zijn zeker welkom. Meer informatie staat ook te lezen op de links in deze blogpost.