Recept: Zeeuwse bolus

Het moet ergens in mijn studententijd zijn dat ik kennis maakte met de Zeeuwse bolus. Lekker! Het duurde daarna jaren voor ik nog eens een Zeeuwse bolus at. De persreis in Bruinisse begon met koffie en een bolus. Het was een beetje anders dan ik me herinnerde maar triggerde me wel om het thuis ook eens te proberen bakken. De eerste keer koos ik voor een briochedeeg van Aveve i.p.v. het deeg zelf van scratch te maken. Maar na mijn passage aan Spermalie vorig jaar, moest ik het natuurlijk ook een keertje volledig zelf doen hé. Het receptje voor Zeeuwse bolussen vind je hieronder.

Ingrediënten

  • 180 ml melk
  • 15 gram verse gist
  • 25 gram suiker
  • 200 gram bloem
  • 3 eieren
  • 100 gram boter
  • 50 gram bruine suiker
  • koffielepel kaneel

Bereiding Zeeuwse bolus

Doe de melk in een pan en zet op het vuur tot de melk lauwwarm is. Haal van het vuur en voeg hier de suiker, 25 gram bloem en de gist aan toe. Goed mengen en een uurtje laten rusten.

Zeef ondertussen de bloem, doe er een kuiltje in en giet daar het afgekoelde mengsel in. Kneed telkens wat meer bloem onder het mengsel tot je ongeveer halverwege bent. Voeg er dan de boter aan toe en kneed verder tot je een mooi deeg hebt. Dek je deeg af. Na een half uur rijzen, kneed je je deeg nog even door. Verdeel je deeg in stukjes van ongeveer 60 gram en maak bolletjes. Laat het daarna een uur afgedekt rijzen.

Meng de bruine suiker met de kaneel. Rol vervolgens de bolletjes tot lange worstjes. Strijk er met een penseel wat water over en rol ze in het mengsel van bruine suiker en kaneel. Draai nu de worstjes tot een slakkenhuisje en duw het uiteinde er voorzichtig onder. Nog platdrukken en je Zeeuwse bolus kan in de oven! 8 minuten op 220 graden, afhankelijk van je oven. Smakelijk!

Pin for later

Recept Zeeuwse bolus

BRU, mosseldorp Bruinisse

Als ik aan Bruinisse denk, denk ik meteen aan Zoetersbout – een prachtige duikplek in de Oosterschelde. Hier kan je onderwater sepia’s spotten. Boven water hadden we al een paar keer het geluk bruinvissen te zien. Het is een plek waar je ook buiten de getijden kan duiken en die ook geschikt is voor beginnende duikers.

Onlangs mocht ik op ontdekking in het dorpje van Bruinisse, door de locals liefhebbend BRU genoemd, zoals de letters op de vissersboten. Het is een detail maar toont hoe de vissers en het dorp verweven zijn. Ik durf het amper toegeven maar het was de eerste keer dat ik in mosseldorp Bruinisse was.

Plaats van afspraak was Brusea en ik parkeerde mijn wagen op de Havenkade. Van hieruit was het amper een paar minuutjes stappen naar het museum. De Havenkade deed me een beetje aan Urk denken. Het dorpje zelf leek wel wat op Wemeldinge.

Zeeuwse bolus

Bij Brusea kregen we een warm welkom met een Zeeuwse bolus. We kregen er een demonstratie hoe deze zoete lekkernij gemaakt wordt. Er ligt hier ondertussen alvast een deegje te rijzen want ik kon uiteraard niet wachten om het zelf ook eens te proberen. Het receptje volgt hier nog wel eens. Bolussen hebben wel wat weg van de Zweedse kanelbullar.

Brusea

Het museum van Bruinisse bestaat uit 2 delen: een authentiek vissershuisje waar je meer leert over hoe de mosselvissers in 1860 leefden en werkten en het visserijmuseum waar de mossel (van larve tot eindproduct) centraal staat. Het vissershuisje is trouwens het enige Rijksmonument in Bruinisse. Ik kocht hier een boek: Meerminnen verdrinken niet. De titel sprak me onmiddellijk aan. Het is een waargebeurd verhaal uit Bruinisse over de grote storm van 1911.

Brusea Vissershuisje

Wie zich afvraagt waarom we de kinderstoel ook wel een kakstoel noemen of wie wil weten hoe een doofpot eruit ziet, moet zeker een bezoekje brengen aan het vissershuisje. Je kan er in een echte bedstee kruipen om te voelen hoe dat voelde om zo half rechtop te slapen.

In het Visserijmuseum maakte ik kennis met de voorloper van de vuurpijl en leerde ik meer over de levencyclus van de mossel.

-> Check de website voor recente openingstijden en toegangsprijzen.

Adres: Oudestraat 23, Bruinisse

Mosseldorp Bruinisse

Al bij het binnenrijden van Bruinisse is duidelijk dat dit het mosseldorp is. Zelfs het stadsmeubilair vertelt het verhaal van de mosselen. Al honderden jaren is de mosselkweek voor een groot deel van de Bruse bevolking een belangrijke inkomstenbron. De dijklichamen maken, net als in Wemeldinge, deel uit van het dorpsbeeld. In 2018 vierde het dorp zijn 550-jarige bestaan met de grootste mosseltafel ter wereld. Ze serveerden toen 750 personen op hetzelfde moment mosselen!

Mosselperceel Bruinisse

Waarom zijn de mosselen in Bruinisse zo goed? Bruinisse tussen het Nationaal Park Oosterschelde en het grootste zoutwatermeer van Europa. Het getij, de geulen en het ondiepe water zijn ideaal voor mosselen. De Bruse vissers voerden hun mosselen uit naar Mechelen, Brussel en zelfs Londen. Mosselen worden gekweekt via zowel bodem- als hangcultuur.

In de namiddag mocht ik meevaren met de mosselkotter BRU8. We vertrokken vanuit de oude haven, in het dorp. Net buiten het dorp ligt nog de vluchthaven waar nu de grotere schepen aanmeren. Met knikkende knieën klom ik aan boord van het visserschip. Tussen wal en schip vallen was hier bijna letterlijk te nemen, haha. Ook al was een zomerse dag voorspeld, ik had toch een goede jas meegenomen. Op het water kan het best koud zijn. Maar we hadden geluk. Niets dan frisse zeelucht, een felle septemberzon en zilte lekkernijen om van te proeven. Wat een heerlijke dag!

Meevaren met de mosselkotter

We voeren naar het mosselperceel, visten mosselen op om te checken of ze goed groeien en zagen van dichtbij hoe alles in zijn werk gaat. Er mochten zelfs rauwe mosselen geproefd worden. Ooit al eens geprobeerd? Best lekker! Wel een bittere nasmaak, vond ik. Dat kon ik doorspoelen met een oestertje. Wat een verwennerij! Helemaal ‘living by the sea’.

  • Meevaren met de mosselkotter

De mosselgilde

Bruinisse telt amper 4200 inwoners maar heeft wel 12 restaurants. Voor elk wat wils dus. 6 van de restaurants in Bruinisse hebben zich verenigd in de Mosselgilde. Samen willen ze staan voor kwaliteit en Bruinisse als mosseldorp promoten.

Lunch restaurant De Meeuw Bruinisse: kreeftensoepje + mosselkroket

De leden van de Mosselgilde zijn restauranteigenaren uit Bruinisse:

  • Henny Padmos van Restaurant de Meeuw (waar we heerlijk lunchten: lekkere kreeftenbisque en een verrassende mosselkroket)
  • Marco Verspeten van Brasserie Sailor’s Inn
  • Silvio van As van Brasserie De Cleenne Mossel
  • Margo Hagendijk van Restaurant Grevelingen
  • Stoffel van de Berge van Restaurant Storm
  • Niels Habraken van Visrestaurant BRU17

Jaarlijks kiezen deze restaurants en hun vaste gasten ook de mosselwijn van het jaar. Dit gebeurt geblinddoekt, in de restaurants.

Zoutziederij Zeeuwse Zoute

Zeeuwse Zoute

Zowel op Malta als op Ibiza bezocht ik al de zoutvelden. Ook Christian Clerx had in het buitenland al verschillende zoutziederijen bezocht. Hij vroeg zich af waarom dit niet in Nederland gebeurde. Wat met experimenteren met Oosterscheldewater aan de keukentafel bij zijn ouders thuis begon, groeide uit tot Zeeuwse Zoute, de enige zoutziederij van Nederland. Een bijzonder verhaal waarover ik je in een apart artikel graag wat meer vertel.

Meer weten over mosseldorp Bruinisse? Volg hen dan zeker op Instagram!

Overnachten in de buurt van Bruinisse

Booking.com

Pin for later

Mosseldorp Bruinisse

Bewaar dit artikel op Pinterest om het later vlug terug te vinden!

Affiliate

Weekendje Flevoland

Waarom zou je naar de andere kant van de wereld vliegen als er ook dichterbij huis zoveel te beleven is? De laatste jaren mocht ik meer van Nederland ontdekken en dat bevalt! In het najaar mocht ik een paar dagen op ontdekking door Flevoland. Op slechts 20 minuten van Amsterdam, ontdek je een hele andere (nieuwe) wereld. Deze bijzondere 12e Nederlandse provincie is grotendeels pas in het midden van de vorige eeuw op de Zuiderzee ingepolderd. Ook al is het een jonge provincie, het is een regio met veel geschiedenis en verhalen.

De geschiedenis van Flevoland

In Flevoland loop je letterlijk over de zeebodem. Het gebied bevindt zich namelijk zo’n 6 meter onder zeeniveau! Het was ingenieur Cornelis Lely die in 1891 op de proppen kwam met de plannen om de Zuiderzee in te polderen.

Toen de regio in 1916 door een grote overstroming getroffen werd, besliste men om het ambitieuze plan van ingenieur Lely uit te voeren door de Zuiderzeewet van 1918. Ruim 30 jaar na de plannen voor het Zuiderzeeproject begonnen ze aan de werken. De Afsluitdijk kwam er als bescherming tegen overstromingen en door accuut gebrek aan landbouwgrond kwamen er ook gemalen om het land droog te leggen.

Onder de zeespiegel - NAP

De voormalige eilandjes Urk en Schokland maakten voortaan deel uit van het grootste kunstmatige eiland ter wereld. Ja, de Flevopolder is zelfs groter dan de eilanden van Dubai! Samen met de Noordoostpolder vormt het Flevoland. Pas in 1986 kreeg Flevoland het statuut van provincie. De hoofdstad van deze provincie, Lelystad, werd genoemd naar de bedenker, ingenieur Lely. Hij zou het echter zelf allemaal niet meer meemaken.

Wist je dat Schokland het eerste Nederlandse monument is dat opgenomen werd in de UNESCO-Werelderfgoedlijst en dit omwille van de vele archeologische vondsten?

Almere

Station Almere Centrum

We beginnen ons weekendje Flevoland in Almere. Almere telt zo’n 220.000 inwoners en is de snelst groeiende stad van Nederland. Almere is ontstaan aan de tekentafel. De eerste bewoners namen in 1976 hun intrek. Ze hebben de stad ontworpen met een blik op de toekomst. De stad laat je mond meermaals openvallen van verwondering.

Doordat ze van nul begonnen, konden ze ook technische snufjes als automatische vuilnisophaling aan 70 km per uur door een ingenieus buizensysteem integreren. Onder en vlakbij de stad zijn gigantisch parkings te vinden. De stad zelf is zo goed als autovrij. Mensen wonen rond de shoppingcentra waarvan ze het dak als gemeenschappelijke tuin/buitenruimte gebruiken.

Tuin op het dag - Almere

Een aanrader is de architectuurwandeling. Verschillende internationale architecten hebben hun stempel op de stad gedrukt. Naast futuristische gebouwen, verwijzen ze ook naar de geschiedenis van dit stuk nieuwgewonnen land door gebouwen als The Wave.

The Wave - Almere

We trekken naar het dak van Hudson’s Bay en genieten van een panoramisch zicht over de stad. Breng zeker ook een bezoekje aan de bibliotheek van Almere. Let vooral op het tapijt dat speciaal ontworpen is. Leuk weetje: Almere is verkozen tot beste binnenstad van Nederland!

Bibliotheek Almere

Lelystad

Wie Lelystad zegt, zegt Batavia. Het doet bij shopaholics vast een belletje rinkelen. Batavia staat voor veel meer. Vlakbij het Batavia Fashion Outlet Shopping center ligt een replica van het 17e eeuwse koopvaardijschip de Batavia. Ook in de haven is het heerlijk zitten op een terrasje.

Batavialand

replica Batavia

In Batavialand leer je hoe de woeste Zuiderzee getemd werd en hoe Flevoland ontstond. Je kan er ook een bezoek brengen aan een replica van de Batavia. Dit VOC-zeilschip leidde in 1629 schipbreuk bij Australië tijdens de eerste reis naar Indië. Samen met een gids kruip je aan boord. Bijzonder om te zien hoe het er in de 17e eeuw aan boord van een VOC-koopvaardijschip aan toe ging! Spoiler: niet voor watjes of mensen met een lichte vorm van claustrofobie ;-) Ik kreeg het lichtjes Spaans benauwd dat ik niet in alle ruimtes kon rechtstaan en ik vermoed dat ik niet veel groter ben dan de gemiddelde mens uit die tijd. En dan te bedenken dat ze tijdens de maandenlange reizen met zo’n 350 mensen (en nog een deel dieren) aan boord verbleven.

In de Batavia

De Zuiderzee was drukbevaren. Veel scheepswrakken kwamen door de inpoldering onder een kleilaag terecht en bleven zo goed bewaard. Flevoland is één van de grootste ‘droge’ scheepskerkhoven ter wereld. Er zijn maar liefst 435 scheepswrakken, elk met hun eigen verhaal en daterend uit 1200 tot 1900, gevonden! Je kan de plekken herkennen aan de blauwe paaltjes met erboven een rood schip.

Urk

Ik had het geluk al 2 keer op het voormalige eiland Urk te zijn. Wat een heerlijk visserdorp! Ik voelde me er meteen thuis. Net als tijdens mijn eerste bezoek, volgde ik er een ginkiestocht. Elke gids legt zijn eigen accenten waardoor geen enkele ginkiestocht hetzelfde is.

Urkers na de Ginkiestocht

Deze keer sloten we de ginkiestocht af met een verkleedpartijtje. Ik voelde me een echte Urkse. Dat we veel bekijks hadden is een understatement. Op mijn verlanglijstje: een bezoek aan Urk tijdens Urk in Wintersferen (eind november).

Tip: stop voor lekkere vis bij visbakker Albert de Vries in de Botterschuur.

Oostvaardersplassen

Oostvaarderplassen

Tussen beide steden vind je een natuurgebied van zo’n 6000 hectare. De Oostvaardersplassen zijn het grootste wetlandnatuurgebied van Nederland en maken deel uit van Nationaal Park Nieuw Land. Samen met de boswachter/natuurgids van Staatsbosbeheer trokken we op jeepsafari. Hij vertelde honderduit over het rijke natuurleven in deze regio. We spotten wilde Konikpaarden, Heckrunderen, edelherten en heel wat vogels zoals een lepelaar. Kippenvelmomentje als een zeearend plots vlak voor de jeep opduikt. De zeearend broedt sinds 2006 in dit gebied en daar is de gids terecht fier op.

runderen in de Oostvaardersplassen

Landschapskunstwerken

7 van de 8 landschapskunstwerken van Nederland liggen in Flevoland. We stopten bij het Land Art object ‘Exposure’ van de Britse kunstenaar Antony Gormley. Het werk dateert uit 2010 en is al van ver te zien. Door de kurkende positie van de figuur kreeg het werk al snel de bijnaam ‘de kakker’. Het metalen beeld is maar liefst 26 meter hoog en staat op de strekdam tussen het Markermeer en het IJsselmeer.

Exposure - de kakker

Flevoland Praktisch

Hoe bereik je Flevoland?

Almere en Lelystad bereik je makkelijk vanuit elk Belgisch station. Er zijn dagelijks maar liefst 16 verbindingen met de IC Nederland (3u27). Of je kiest voor een snelle connectie met de Thalys trein (2u24), 14 keer per dag. Telkens met een overstap op Shiphol Airport. Koop je tickets op www.nmbs-internationaal.com en je kan ze thuis printen of uploaden via de mobile app van NMBS Internationaal.

Uniek overnachten

Buytenplaets Suydersee

pipowagen in Buytenplaets Zuydersee

Buytenplaets Suydersee is by far de meest unieke plek waar ik ooit overnacht heb (want geef toe, overnachten in een ijshotel is niet zo uniek meer hé). Op dit kampeerterrein kan je niet alleen je eigen tentje opzetten, je kan er ook kiezen uit een aantal unieke logies: van trekkershut en boomhut tot pippowagen en zelfs een rioolbuis. We mochten elk een plekje kiezen. Mijn hart maakte een sprongetje bij het zien van een oude, gele schoolbus die volledig was omgebouwd. Het lot (en vooral het feit dat de anderen het niet zo zagen zitten dat deze bus wat verder van het toilet lag) zorgde ervoor dat ik me voor een nachtje in De Columbus waande ;-)

Amerikaanse schoolbus - uniek logeren bij Buytenplaets Zuydersee

Vakantiepark Eigenwijze

De eerste avond van ons weekendje in Flevoland overnachtten we in een vissershuisje van Vakantiepark Eigenwijze. De huisjes liggen rond het water en dat zorgde voor rust en fotogenieke avonduren. In de huisjes heb je alles wat je nodig hebt. Ideaal voor gezinnen en als uitvalsbasis voor meerdaagse verblijven.

Vissershuisjes Vakantiepark Eigen Wijze Flevoland

Blue Zone Netl, de wildste tuin

Hier sliep ik niet zelf – we dineerden er wel. Deze plaats is zo inspirerend! De eigenaar maakte vroeger carrière in de online wereld maar besloot anders te leven. Hij schreef een boek over de Blue Zone en baseerde hier ook de filosofie van zijn nieuwe zaak op. Het diner was een sharing food-concept met lekkere, gezonde gerechtjes. We bezochten er ook enkele vakantiewoningen en nu staat een weekendje op dit domein op mijn verlanglijstje te prijken.

Netl - Flevoland

Meer overnachten in Flevoland

Booking.com Booking.com

Leuke adresjes

Vlinders in de Orchideeëntuin
Werner van Dichtbijenverweg
Werner van Dichtbijenverweg.be

Meer activiteiten in Flevoland

Ontbijt in de boomgaard - Flevoland

Met dank aan Toerisme Flevoland / persreis

Niet te missen rond het IJsselmeer – Nederland Waterland

Nederland, waterland. Onder dat motto trok ik enkele dagen naar het Noorden van Nederland om er een stuk van de waterroute te verkennen. Ik schreef eerder al over het nostalgische dorpje Urk en over het pittoreske Giethoorn. Vandaag neem ik jullie met veel plezier mee naar enkele andere hoogtepunten rond het IJsselmeer!

Hoe noordelijker ik reed, hoe opener het landschap trok. Op mijn GPS zag ik steeds meer water opduiken. Er stond die dag een stevige wind en ik moest mijn stuur stevig vasthouden om de rukwinden de baas te blijven. Onderweg viel wat regen. Toen ik wat later bij het Wouda-gemaal naar het filmpje keek, leek het alsof het weer buiten speciaal gereserveerd was om me in de juiste mood te krijgen. Ik kan wel al verklappen dat het na de middag volledig opklaarde.  De zon bleef voor de rest van het weekend van de partij.

Wouda-gemaal

Woudagemaal

Als duiker kende ik het Gemaal van Dreischor maar heel eerlijk, ik snapte de werking van zo’n gemaal niet helemaal. Het Wouda-gemaal is zo’n 100 jaar oud en zorgt ervoor dat Friesland niet overstroomt. Toen het gemaal gebouwd werd was het IJsselmeer nog de Zuiderzee. In 2012-2013 onderging het gemaal een grondige renovatie. Het behoort ondertussen ook tot het Werelderfgoed.

Woudagemaal (1)

De gids vertelde indrukwekkende verhalen. De kolen voor het gemaal werden per schip aangevoerd maar moesten met de hand gelost worden. Als het gemaal aangestoken moest worden, stookten ze eerst een vuurtje in de schouw zodat deze goed zou trekken. Als de vissers dit zagen, haasten ze zich naar het gemaal om te helpen met het lossen van de kolen. Ze werden hiervoor per gewicht uitbetaald en dit was een mooie extra verdienste voor hen. Grappig detail: op maandag mocht de roetblazer niet opgezet worden want toen werd de was gedaan en ook buiten opgehangen.

Woudagemaal (3)

Het Gemaal werd op het droge gebouwd en later haalden ze de dijk weg. Het kanaal erbij zou met de handen uitgegraven zijn! Toen de gids uitleg gaf over de werking van de machinekamer zag ik vraagtekens in de ogen van de dame naast me. De heren knikten af en toe begrijpend. Zelf hoorde ik het ook een beetje in Keulen donderen maar ik kon afleiden dat het allemaal best hoogtechnisch en ingewikkeld in elkaar zat. Het Gemaal werkt nog steeds zo’n 10 dagen per jaar. Daarnaast zijn er ook nog 2 opleidingsweken. Het opstarten gebeurt met 15 personen. Daarna kunnen ze het gemaal draaiende houden met 4 personen. Toen het gemaal op steenkool draaide, was 24 man per shift nodig!

Woudagemaal (2)

Leuk detail voor de Belgische bezoekers: de tegels in de stoomzaal komen oorspronkelijk uit België. Tijdens de restauraties lieten ze deze reproduceren door de Friese tegelfabriek Albarello. Pas later ontdekten ze dat de Belgische fabriek nog steeds bestond. Meer zelfs: ze hadden nog originele tegels op voorraad liggen.

Zuiderzeemuseum

Zuiderzeemuseum (1)
Zuiderzeemuseum (3)
Zuiderzeemuseum (2)

Het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen stond al een hele poos op mijn verlanglijstje. In dit maritieme museum ontdek je hoe de mensen vroeger leefden aan de Zuiderzee. Je verdwaalt er tussen oude, authentieke en heropgebouwde huisjes. Je leert er meer over de ambachten uit die tijd zoals touwen draaien en netten weven. Wie wil kan er ook typische specialiteiten proeven zoals wafels op basis van aardappelen. Reken zeker op minstens een halve dag als je alles wil bekijken.

Zuiderzeemuseum (4)

Praktische tip: de parking en de ingang liggen aan de overkant van het water. Je vaart met een bootje naar het binnen- en buitenmuseum. Elke 20 minuten is er een boot die op de terugweg ook stopt aan het station.

Zuiderzeemuseum (6)
Zuiderzeemuseum (5)

Bestel hier je tickets

Museummolen Schermer

Als kind was ik met school vast nog wel eens naar een molen geweest maar ik herinner me er niet veel van. Ik was dus erg blij dat er deze keer ook een bezoekje aan een molen op het programma stond. Molens zijn onlosmakelijk met Nederland verbonden. Shame on me maar ik had nog nooit de link gelegd met water. Vele molens in Nederland hadden als doel het drooghouden van de polders.

Museummolen Schemer

De molenaar wachtte me al op. Hij was net bezig met het opstarten van de molen en ik mocht mee een kijkje nemen boven in de molen. Hij draaide de molen om de wieken in de wind te zetten en ging de zeilen opleggen. Daarvoor klom hij, op zijn klompen, in de wieken. Hij vertelde me dat het aantal zeilen dat ze opleggen afhankelijk is van de windvoorspellingen. Tot 7 Beaufort kan de molen draaien. Oorspronkelijk stonden hier 52 molens om de polders droog te houden. Slechts een paar zijn er overgebleven. De molen brengt water van lagergelegen gebieden hoger zodat het terug in de Zuiderzee (nu het IJsselmeer) kan lopen.

Schermer museummolen (1)

Op amper 4 zaterdagen kan je leren hoe de molen werkt. Toch duurt de opleiding tot molenaar 2 jaar! Het weer en de seizoenen kan je niet leren en moet je ondervinden. Kandidaat-molenaars moeten dus vooral ervaring opdoen.

Schermer museummolen (2)

In deze museummolen woonde tot in 1968 een gezin met 10 kinderen. Er was trouwens een specifiek reglement voor molenaars. Ze moesten de deur altijd loslaten zodat steeds gecontroleerd kon worden dat het effectief de molenaar was die aan het werk was en niet zijn vrouw of kinderen.

’t Kleinste snoepwinkeltje van Nederland

Kleinste winkeltje (1)

Op de laatste dag van mijn weekendje rond het IJsselmeer stond een fietstocht in De Rijp op het programma. Het bracht me langs het kleinste winkeltje van Nederland ‘Bram & Aagje’. Hier vind je oud-hollansch snoepgoed op amper 5,4m². Het winkeltje dateert van 1890 en doorheen de jaren is amper iets veranderd. Vroeger konden de buurtbewoners hier terecht voor brood en groenten. Later verkochtten ze er sigaren en sigaretten. Het is de kleinzoon van Bram & Aagje die het winkeltje nu opendoet. Een bezoekje aan dit snoepwinkeltje is meer dan snoep kopen. Het is een stukje (familie-)geschiedenis ontdekken. Zo van die unieke plekjes… hartjes!

Kleinste winkeltje (2)

Meer in de buurt van De Rijp

Zeker ook een aanrader is de beeldentuin van Nic Jonk. In museum ‘In ’t Houten Huis’ leer je meer over de geschiedenis van het Schermereiland. In Graft en De Rijp vind je gezellige straatjes met leuke winkeltjes en fijne eethuisjes.

De Rijp

Met dank aan NBTC.

Giethoorn, het echte Venetië van het Noorden

Had je me vorige maand in een quiz gevraagd: “Wat weet je over Giethoorn?”, ik was waarschijnlijk niet veel verder dan ‘dorp in Nederland’ geraakt. Een dagje en een interessante rondleiding later weet ik niet alleen heel wat meer, ik ben ook helemaal betoverd door het dorp.

Giethoorn

Venetië van het Noorden

Als je nog nooit van Giethoorn gehoord hebt, dan kan je je het eigenlijk niet goed voorstellen. Je komt er echt in een andere wereld terecht: de huizen zijn op kleine veeneilandjes gebouwd en zijn verbonden met meer dan 170 bruggen. Giethoorn is zo leuk en zo pittoresk dat je het zelf eigenlijk niet kan verzinnen. Mijn geliefde Stockholm en (mijn minder geliefd) Brugge durven zich ook al eens het Venetië van het Noorden te noemen maar deze steden verbleken in het niets bij Giethoorn als het op de titel Venetië van het Noorden aankomt.

Giethoorn

Naast het water hebben Venetië en Giethoorn ook de punters (gondels waarbij je je afduwt met een stok om te varen), bruggen en de toeristen gemeen. Net als in Venetië is het contrast ’s avonds groot. Overdag is het op de koppen lopen, ’s avonds keert de rust terug en beleef je het dorpje op een authentiekere manier.

Giethoorn

De geschiedenis van Giethoorn

Toen de eerste mensen hier in de 12e eeuw kwamen wonen, troffen ze veel hoorns van geiten aan. De naam Geithorne werd later Giethoorn. De horens van de geit zijn nog steeds in het wapen van het dorp terug te vinden. Vroeger was hier één groot meer maar door de turfwinning ontstonden meerdere meren. Deze turf was een belangrijke brandstof in de kachels.

Het dorp is ook 4x verplaatst, telkens met het vervenen mee. Uniek waren ook de vaarboeren die 2x per dag naar de overkant van het water vaarden om de koeien te melken. ’s Avonds aten ze steevast pannenkoeken. Hoewel het hard labeur was, zie ik in de blik van mijn gids dat hij toch ook mooie herinneringen aan die pannenkoeken heeft. Zijn vader was een vaarboer en hij hielp regelmatig mee.

Giethoorn

Wie alles te weten wil komen over de geschiedenis van Giethoorn en de turfwinning, zet zeker een bezoekje aan ’t Olde Maat Uus op de planning.

Fanfare

De eerste stroom toeristen kwam er na de Nederlandse film Fanfare uit 1958 die in Giethoorn opgenomen is. Fanfare is, na Turks fruit, de meest succesvolle Nederlandse film aller tijden. Aan het Binnenpad kan je nog steeds naar Café Fanfare.

Giethoorn

Monopoly en de Chinezen

Giethoorn wist enkele jaren geleden een plekje op het internationale Monopolybord te bemachtigen. Dit ondermeer dankzij de bussen vol Chinezen die dagelijks in het dorp gedropt worden en die op Giethoorn stemden.

Ondertussen zijn de locals wat minder opgezet met de Chinese aanwezigheid: rijke Chinezen kopen huizen op, de Aziaten lijken te denken dat ze in een soort Bokrijk terecht komen en de bewoners geen echte bewoners maar eerder figuranten zijn. Ik snap ze wel een beetje: het voelt allemaal ook aan als een openluchtmuseum. Het is er zo uniek dat het amper te vatten is dat dit een dorp is waar gewoon mensen wonen.

Giethoorn

Giethoorn praktisch

Giethoorn is autovrij en heeft aan de rand enkele grote, gratis randparkings. Het dorp ligt op anderhalf uur rijden van Amsterdam. Ter plekke verplaats je je het makkelijkst te voet (tip: neem een weekendtas mee ipv een reiskoffer op wieltjes en vergeet je muggencrème niet!), met de fiets of per boot.

De weg verliezen in Giethoorn kan amper. Het Binnenpad loopt centraal door het dorp. Soms is het wel even zoeken hoe je via de houten bruggetjes aan de juiste kant komt. Overnachten deed ik in de vernieuwde B&B ’t Wiede.

Booking.com

Tip: combineer Giethoorn met een bezoekje aan Urk of een ander stukje van Nederland Waterland.

Met dank aan NBTC.

Urk, de parel van Flevoland

Elke keer weer opnieuw ben ik verbaasd over hoe Nederland me weet te verbazen. Als duiker kom ik regelmatig in Zeeland en ik bezocht ook al veel andere stukken van Nederland. En toch, toch zijn er nog zoveel te ontdekken plekjes. Ik heb iets met water en Nederland heeft veel water. Match made in heaven, hoewel ik het soms wat moeilijk heb met de Nederlandse directheid (dat hier openlijk schrijven is al vrij direct voor mij).

Eind juni reisde ik langs een stukje van de route van Nederland Waterland. Ik liet me charmeren door Giethoorn, leerde bij over molens en gemalen en bezocht eindelijk het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen dat al even op mijn verlanglijstje stond. Met Urk, een vissersdorpje dat vroeger een eiland was, voelde ik meteen een soort verbondenheid.

Urk (6)

Het eiland dat geen eiland meer is

Tot 1939 was Urk een eiland in de Zuiderzee. Nu ligt het dorp in de provincie Flevoland die door de drooglegging ontstond. Urk ligt wel nog steeds aan het water, aan de oevers van het IJsselmeer. Onder de bewoners heerst nog steeds een eilandgevoel. Je zegt ook ‘op Urk’ en niet ‘in Urk’ als was het nog een eiland. De visserij op de zoute Zuiderzee verlegde zich naar het zoete IJsselmeer en de verderop gelegen Noordzee.

Urk (4)

De haven van Urk

De visserij speelde en speelt nog altijd een grote rol op Urk. Als ik het dorpje binnenrijd, parkeer ik mijn wagen op de grote parking aan de haven. Meteen is er een klik: de zeilbootjes, de visserschepen, de scheepswerf,…

Urk (1)

Gelukkig heb ik nog even tijd voor ik met de gids afgesproken heb en ik maak nog even een ommetje. Op de boulevard staat een gigantische orka. Net op het moment dat ik mijn fototoestel weer weg steek, spuit de orka water. Dat was schrikken!

Urk (2)

Bootjes kijken, het blijft iets fascinerend en rustgevend. Ik verlies al snel de tijd uit het oog en moet me uiteindelijk toch nog richting de plaatselijke toeristische dienst haasten. Daar vertrekt namelijk de Ginkiestocht!

Ginkiestocht

Ik laat me op persreis graag verrassen door het programma. Ook al vroeg ik me wel af wat die ginkiestocht nu precies inhield, ik wist mijn nieuwsgierigheid in te perken en googelde niet. Een beproeving! Gelukkig kwam de verlossing al snel en begon de gids zijn tocht met uitleggen wat die ginkies nou zijn.

Urk (3)

Ginkies zijn nauwe steegjes. In de middeleeuwen waren het de brandgangen, tijdens de Tweede Wereldoorlog waren de ginkies vluchtwegen. Er schuilt dus heel wat geschiedenis in die ginkies en daar zouden we dus een stukje van ontdekken. Een originele manier om op ontdekking te gaan in het vissersdorp!

Elke gids legt zijn eigen accenten in de ginkiestocht en er zijn soms bezoekers die verschillende keren terugkomen en dan een ginkiestocht met een andere gids boeken. Je kan trouwens maar best dicht bij de gids blijven of je bent de groep zo kwijt. Als je voor het eerst op Urk bent, lijken de nauwe steegjes wel een doolhof.

Goed om weten: de ginkiestocht is bewegwijzerd dus je kan ook alleen op pad.

Anekdotes uit de ginkies

Hoe heb je gegeten?

Wat opvalt op Urk is dat heel wat voordeuren uit 2 delen bestaan. Daar waren meerdere redenen voor. Zo konden ze het bovenste deel openzetten in de zomer en bleef het huis toch afgesloten. Na de middag rustte moeder even uit en leunde ze op de halve deur. Passanten zouden dan niet vragen hoe het was maar wat of hoe ze gegeten hadden. Uit deze anekdote blijkt hoe belangrijk goed eten voor de Urkers was.

Maandag wasdag

Grappig moment tijdens de tour. De gids vraagt op welke dag er gewassen wordt waarop alle Nederlanders in de groep meteen ‘maandag’ roepen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht geen Nederlandse vlag uitgehangen worden. Door de witte rok, de blauwe onderbroek en de rode sjaal van de Urkse visser te combineren zagen de ginkies er toch een beetje als een Nederlandse vlag uit.

Waar komen de Urker kindjes vandaan?

Urk (8)

Hier komen de kindjes met de ooievaar of uit bloemkolen, op Urk komen de kindjes uit de Ommelebommelestien. Als je bij de vuurtoren van Urk staat, zie je in het water af en toe een steen opduiken. Als de bevalling zich aankondigt, roeit de toekomstige vader naar de steen, als hij op de steen tikt, gaat de schuif open en krijgt hij een kindje in een mandje mee. De moeder staat in de haven op de baby te wachten.

Er zijn verschillende versies van het verhaal. Maar als een Urkser man zegt dat hij aan het roeien is, weet iedereen dat zijn vrouw aan het bevallen is!

Vissersmonument

De zee geeft en de zee neemt. Nergens wordt dit zo duidelijk als aan het herdenkingsmonument voor de vermiste vissers op Urk. Op de muren staan de namen van alle vissers die op zee vergingen. Van de meerderheid zijn de lichamen nooit teruggevonden. Door DNA onderzoek konden ze een visser die in 1968 uit Urk vertrok maar nooit terugkwam, koppelen aan een lichaam dat aanspoelde op Schiermonnikoog. In 2015 kreeg de visser een graf op Urk.

Urk (9)

De gids vertelt enkele aangrijpende verhalen van getroffen vissersfamilies, ook dat van zijn overgrootvader. Nog aangrijpender is het vissersmonument: een beeld van een vissersvrouw die in de richting dat de vissers vertrokken zijn kijkt, in de hoop dat ze terugkeren.

De vuurtoren van Urk

Urk (7)

De vuurtoren dateert van 1844. De toren is ruim 18 meter hoog en de vuurtoren schijnt elke avond hoog over het IJsselmeer. Vlak voor de vuurtoren staan zitbankjes met waarschijnlijk het beste zicht van Urk. Hier kijk je in de richting van de windmolens naar Lemmer, de plaats waar ik het Woudagemaal bezocht en aan de overkant ligt Enkhuizen met het Zuiderzeemuseum. En zo zag ik vanop dit drie-provincie-punt mijn hele weekend samengevat!

Urk (5)

Met dank aan NBTC.