Browsing Category:

Scuba diving

Tips voor wie wil leren duiken op vakantie

Posted in Reistips, Scuba diving by

70% van onze planeet is bedekt met water. Wie duikt kan dus meer van de wereld zien! Ik kan het je alleen maar aanraden. Veertien jaar geleden stapte ik zelf naar de plaatselijke duikschool, op aanraden van een toenmalige collega. Ik had al wel eens laten vallen dat ik graag wou leren duiken. Meer zelfs, ik was de mogelijkheden om op vakantie te leren duiken aan het onderzoeken. Hij raadde me aan om in België te leren duiken en pas daarna op vakantie te gaan.

leren duiken op vakantie

Jaren later ben ik nog altijd erg blij met die keuze. Ook in onze contreien is onder water heel wat te zien en te ontdekken. Ik had zelfs al meer dan 100 duiken toen ik uiteindelijk voor de eerste keer op duikvakantie ging! Ondertussen geef ik al ettelijke jaren zelf duikles. De verwondering van duikers die voor het eerst in open water mogen gaan duiken, daar blijf ik het voor doen.

Leren duiken op vakantie

Wil jij ook graag leren duiken op vakantie? Lees dan zeker verder! Ik geef je advies over wat je best kan doen en waar je op moet letten.

Volg de cursus thuis

Volledigheidshalve voeg ik er even aan toe dat er meerdere opleidingssystemen zijn. De standaards van de meeste duikopleidingen is sowieso erg hoog, zeker in België. De verschillende federaties leggen hooguit wat andere accenten. Mij ga je dus niet horen zeggen dat het ene systeem beter is dan het andere. Het hangt er maar van af wat je voorkeur is. Zelf koos ik voor het PADI-systeem.

Je kan perfect in eigen land leren duiken. Daar zijn heel wat voordelen aan: het is in je eigen taal, de instructeurs nemen de tijd voor je en zorgen dat je de vaardigheden goed beheerst, je verliest geen tijd op vakantie met theorieles, zwembadles of buitenwateroefeningen maar kan meteen volop van het onderwaterleven genieten. Besluit je na je cursus ook in onze contreien verder te duiken, dan lukt dat probleemloos want je bent het hier al ‘gewend’. Ze zeggen wel eens dat als je hier kan duiken, je overal kan duiken.

Hoe gaat dit praktisch in zijn werk? Ik neem hier als voorbeeld Duikpunt Duikschool (Oostende-Brugge) waar ik zelf ook les geef. In principe duurt de cursus enkele weken. Op verzoek kan het ook privé en werken we de lessen wat sneller af. Je hebt vijf theorielessen die gevolgd worden door een zwembadles. Daarna doe je nog 4 duiken in buitenwater en volgt een theorie-examen. Geslaagd? Dan ontvang je je Open Water duikbrevet.

Zijn er nadelen aan? Goh, het water is hier natuurlijk niet tropisch van temperatuur maar met een aangepast neopreen duikpak heb je daar geen last van.

Doe een referral

Zie je echt echt op tegen het koudere water? Of heb je geen tijd om alle buitenwaterduiken hier te doen? Dan kan je een referral doen. Dit betekent dat je een deel van de cursus hier volgt en de rest ergens anders afwerkt.

Deze optie is in de wintermaanden erg populair. Zeker als je enkel op vakantie wil duiken, heb je met een referral best of both worlds: je ziet de theorie in je eigen taal en verliest daar ook op vakantie geen tijd mee maar geniet wel meteen van het warmere water en de betere zichtbaarheid (afhankelijk van waar je naartoe trekt).

Digitale cursus

Geen tijd/zin om voor je vakantie aan de duikcursus te beginnen? Veel duikcentra in het buitenland werken met een digitale cursus. Dit bieden we trouwens in België ook aan maar lijkt hier minder populair te zijn. Het persoonlijke contact is namelijk net één van de voordelen van hier te leren duiken.

Maar je kan dus online de theorie zelf leren. Voor vragen staat de instructeur ter beschikking. De zwembad- en buitenwateroefeningen moet je natuurlijk in real life doen!

Tips om een goede duikschool te vinden

Vraag advies

Duikers zijn vaak reislustig. De meesten delen hun ervaringen graag. Wil je graag leren duiken, spreek er dan eens over met een bevriende duiker. Of hoor eens rond op sociale media of bij de plaatselijke duikclub. Wedden dat je iemand vindt die een goede duikschool kan aanraden in je vakantieland?

Certificatie

Kies voor een duikschool die deel uitmaakt van een gekende internationale federatie. Op de site van PADI kan je een dive shop and resorts locator vinden die je de weg wijst naar geregistreerde duikscholen. Ik vermoed dat ook andere federaties deze service aanbieden. Deze duikscholen worden streng gecontroleerd dat ze de standaards volgen.

Persoonlijke service

Zoek een duikschool waar de staff Nederlands spreekt of een andere taal die jij goed begrijpt en waarin je je ook vlot kan uitdrukken. Probeer ook voor je vakantie al contact te leggen met de duikschool. Zoek een duikschool waar je je goed voelt. Het is belangrijk dat de duikgidsen toegankelijk zijn en oog hebben voor de individuele klant. Kies liefst een duikschool waar de groepen niet te groot zijn en waar je geen nummer bent. Je wil echt niet leren duiken in een ‘fabriek’ waar de ene duiker na de andere gefabriceerd wordt.

Nog enkele tips

Volg je de volledige duikcursus op vakantie? Vergeet dan niet thuis even naar de dokter te gaan zodat je medisch goedgekeurd bent om te duiken.

Waar je naartoe gaat voor je eerste duikvakantie is natuurlijk persoonlijk maar ik zou de echte topbestemmingen houden voor als je wat meer ervaring hebt. Je zal er des te meer van genieten!

Genoten van je Open Water duikcursus? Overweeg dan zeker verder te gaan en schrijf je in voor de Advanced Open Water cursus!

Wil jij graag leren duiken? Of duik je al maar heb je nog tips? Laat gerust van je horen in de comments!

17 september 2015
/

Nemo 33

Posted in België, Europa, Scuba diving by

Nemo 33 (5)

Tot voor kort lag het diepste zwembad ter wereld in Brussel! 33 meter en een beetje. Als je je dieptemeter/duikcomputer echt helemaal tegen de bodem houdt kan je misschien zelfs 34 meter loggen.

Nemo 33 in Ukkel is een perfecte plek om eens dichtbij in heerlijk warm water te duiken. Ook niet-duikers kunnen er terecht. Vanuit het Thaïse restaurant kan je via raampjes namelijk onderwater kijken naar de duikers die voorbij zwemmen.

Als je in het restaurant wil eten is reserveren aan te raden. Zeker als je met een grotere groep wil gaan. Wij waren met 22 personen. Ze zijn dergelijke groepen duidelijk gewoon. Tafeltjes kunnen probleemloos bij elkaar geplaatst worden en iedereen kreeg op hetzelfde moment zijn gerecht geserveerd! Wie zelf wat horeca-ervaring heeft, weet dat dit een hele prestatie is. We kozen namelijk bijna allemaal andere gerechten van de kaart. Enig minpuntje: ze doen maar één rekening per tafel wat dus veel getel en bijpassen voor ons betekent.

Maar het gaat hier vandaag over duiken in Nemo.
Groepen reserveren best tijdig. Individuele duikers kunnen soms aansluiten bij een groep. Zorg dat je ongeveer een uur op voorhand aanwezig bent om in te schrijven. Je hebt je identiteitskaart en duikbrevet nodig. Elke duiker moet ook zijn geboortedatum op de lijst noteren en handtekenen. Tip voor de groepsverantwoordelijke: verzamel alle kaartjes in de volgorde dat je ze op het inschrijvingsblad plaatst. Dat maakt het de vriendelijke jongen aan de kassa gemakkelijker.

Voor de prijzen verwijs ik je door naar hun website. Wie nog een ‘lidkaart’ van vroeger heeft, kan deze nog altijd gebruiken en krijgt dan een mooie korting. Je hoeft dan ook geen identiteitskaart of brevet af te geven.

Wat breng je nog mee van duikmateriaal?

Een pakje is niet nodig. Het water is er warm genoeg. Eventueel kan je een lycra T-shirt aantrekken om wrijving van het jacket te voorkomen.
Je kan je eigen duikbril en zwemvliezen meenemen. Als je deze niet hebt, kan je deze ter plaatse lenen.
Een duikcomputer is verplicht. Ook voor de duikers die nog in opleiding zijn. Als je zelf geen duikcomputer hebt, kan je deze huren aan het onthaal.
Alle andere duikmateriaal (fles, ontspanners en jacket) is ter plaatse beschikbaar. En ik dacht dat je ook verplicht bent dit te gebruiken en er geen eigen materiaal toegelaten is.

Ook niet vergeten: muntstuk voor de locker. Opgepast, je krijgt dit centje niet terug. Dus goed opletten dat alles in je locker steekt vooraleer je het kastje sluit.

Een kwartiertje voor je sessie start, gaat de bel en mag je je naar de kleedkamers begeven. Ze starten met een duikbriefing. Toen ik er was, was deze enkel in het Frans. Ze vroegen of er duikers waren die geen Frans spraken. Ze gaven dezelfde uitleg toen ook in het Engels. Ik vertaalde toen maar zelf even voor het koppel dat geen Frans noch Engels begreep… Op het bord staat de info ook in het Nederlands.

Eerst krijg je de kans om in het minder diepe deel van het zwembad te oefenen in apnea (zonder duiksetje). En kan je je duiksetje monteren. Daarna kan je de rest van het zwembad verkennen (in buddyparen en met je duiksetje). Er is het diepe gedeelte van 33 meter, er is een ondiep stuk (gewone zwembad-diepte) en een dieper ondiep deel (10 of 15 meter, het ontsnapt me even) en er is een tussenstuk waar je onderdoor kan zwemmen en zelfs even in een soort duikersklok naar boven kan en kan praten. Zoals in alle duikersklokken is het aangeraden toch vooral door je ontspanner te blijven ademen omwille van ‘slechte lucht’.

Je kan in Nemo ook reserveren voor ‘nachtduiken’. Ik deed het er zelf nog niet maar het zag er, vanuit het restaurant, wel plezant uit. Het blijft natuurlijk een zwembad maar zo voor een paar keer op een jaar, tijdens de wintermaanden is Nemo 33 wel een perfect alternatief.

Nemo 33 (3)

Nemo 33 (4)

10 januari 2015
/

Over onderwaterarcheologie en wrakduiken

Posted in Scuba diving by

Studiedag onderwaterarcheologie (2)

VLIZ studiedag

Vorige maandag nam ik een dagje verlof om de studiedag Archeologie en Onderwaterlandschap bij te wonen. Had ik vroeger geweten dat onderwaterarcheologe een beroep was, ik had misschien iets in die richting gedaan.

Er schreven uiteindelijk 190 mensen in voor de studiedag van het VLIZ. Zowel professionelen als liefhebbers van de duiksport. Een verslagje (ok, zeg maar verslag) van deze interessante studiedag:

SeArch

Eerst stelde Tine Missiaen het project SeArch voor. In het voorjaar was er al een info-avond (vooral voor wrakduikers) en toen kwam dit ook al aan bod. Het gaat vooral om het in kaart brengen van het onderwatererfgoed en een kader voor de rechtszekerheid te scheppen met een praktische handleiding en protocols. Want er is nu wel een wetgeving omtrent oa vondsten op wrakken in de Noordzee, hoe het praktisch allemaal moet lopen is nog niet helemaal duidelijk.

Het SeArch-project richt zich voornamelijk op drie testgebieden: de Thorntonvallei en de noordelijke vallei, de Oostendevallei en de IJzervallei en Raversijde. Ook strandprospecties vallen hieronder.

Geoff Bailey van de University of York erkende het toerisme als de grootste industrie wereldwijd. Een factor waar ook rekening mee moet gehouden worden. We leerden ook dat, als de zeespiegel 130 meter zou stijgen, Madrid als enige West-Europese hoofdstad zou overblijven. Een archeoloog die in die omstandigheden zou werken, zou vermoeden dat we vroeger, voor de stijging van de zeespiegel, vooral op het platteland woonden. Wat uiteraard niet zo is. Daarom is het ook belangrijk het onderwaterlandschap te onderzoeken. Dit kan veel verklaren over migratiestromen. Tot 6000 jaar geleden lag het zeeniveau veel lager.
Ook onderwatermeren kunnen ontdekt worden wat dan weer zeer belangrijk kan zijn voor streken waar droogte heerst.

Wetgevend kader ivm onderwatererfgoed

Thary Derudder van de Universiteit van Gent gaf een duidelijke presentatie over het wetgevend kader in België ivm onderwatererfgoed. Deze trad in werking op 1 juni 2014 toen de regering de geratificeerde Unesco Conventie in wetten omzette. Via ministerieel besluit zijn ondertussen twee scheepswrakken erkend. Het gaat om het lichtschip Westhinder en het Brits oorlogsschip HMS Wakeful dat in 1940 zonk.

Ze verduidelijkte wat er onder cultureel erfgoed onderwater wordt begrepen (elke ontdekking, deels/tijdelijk…). Voor de territoriale zee (de eerste 12 zeemijl) is er geen tijdscriterium. Binnen de Exclusieve economische zone gaat het om voorwerpen die zich minimum 100 jaar onderwater bevinden. Met de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog vallen deze wrakken stelselmatig onder de nieuwe wetgeving.

Melding van vondsten in zee

Het is dus verboden om vondsten intentioneel boven water te brengen. Als je iets vindt, moet je dit melden via vondstenindezee.be of gouverneur@west-vlaanderen.be. Tussen 1 juni en 24 oktober waren al 15 meldingen gebeurd. Als je iets meldt, denk er dan ook aan de exacte coördinaten van de vindplaats mee te geven.

Wat gebeurt er nu na zo’n melding? Besluit het onderzoeksrapport dat aan de gouverneur bezorgd wordt dat het niet om cultureel erfgoed gaat, dan wordt de vinder eigenaar (geldt niet voor staatsschepen). Gaat het wel om cultureel erfgoed, dan wordt indien mogelijk voor in situ bewaring gekozen en volgen beschermingsmaatregelen.

Wie is de eigenaar?

Om te bepalen wie eigenaar is, gelden de eigendomsrechten. De oorspronkelijke eigenaar krijgt negen maand tijd om zich te melden en de eigendom op te eisen. De eigenaar moet alle gemaakte kosten op dat moment terugbetalen. Ook een museum kan aangeven eigenaar te willen worden. Wil niemand het eigendom dan kan de vinder eigenaar worden. De eigenaar moet het erfgoed opslagen, bewaren en beschermen met het oog op conservering op lange termijn. Hier hangt vaak een prijskaartje aan vast. Als ook de vinder het voorwerp niet wil, wordt de Belgische staat eigenaar.

Er zijn een paar zaken uit de Unesco Conventie niet concreet overgenomen. Zo is de verplichting om vondsten uit de EEZ of het continentaal plat van een andere staat te melden niet overgenomen. Het is ook niet duidelijk of, en in welke mate er samenwerking met andere staten zal zijn. De minister moet wel andere staten consulteren als een vondst interessant zou kunnen zijn.

Daarnaast zijn ook de beschermingsmaatregelen (welk soort erfgoed op welke manier beschermen) een uitdaging voor de toekomst. Net als de controle op de naleving van de wet. Er zouden incentives moeten komen voor het melden van een vondst.

Ook belangrijk om weten is dat vondsten die dateren van voor de wetgeving gewoon vrij gemeld kunnen worden. Het eigendomsrecht blijft.

Noordzeewrakken

Sven Van Haelst gaf wat meer uitleg over de wrakken in het Belgisch deel van de Noordzee. De wrakkendatabank en andere initiatieven worden gebundeld op www.maritieme-archeologie.be. Er zijn momenteel 361 posities bekend, waarvan 260 scheepswraksites (dateren van de 16e tot de 20e eeuw – 90% uit de 20e eeuw). 62 van deze wraksites zijn nog niet geïdentificeerd. Ook zijn er 6 vliegtuigwraksites. Het gaat dan vooral om brokstukken. De 65 overige vallen onder ‘andere’ te classificeren.

Deze wrakken staan bloot aan bedreigingen van natuurlijke aard (erosie, corrosie en elektrolyse en biologische aantasting zoals paalworm) en van menselijke aard (bouwen van windmolenparken, boomvisserij, zandwinning en wrakberging,…).

Enkele gekende wraksites:

  • Zeebruggewrak: vroeg 16e eeuws, per toeval ontdekt door een visser die een kandelaar had opgevist
  • ‘t Vliegend Hert: een 18e eeuws VOC schip wat grotendeels verzand is
  • het Buiten Ratel wrak
  • Rond de Kwintebank zijn ook al amforen uit de Romeinse Tijd opgevist.

Van de 20e eeuwse wrakken zijn er 140 oorlogswrakken (WOI en WOII) waarvan 80 oorlogsgraven. Er liggen ook heel wat Duitse U-boten. In ons stuk van de Noordzee ligt van elk type minstens 1.

Het archeologisch onderzoek op de wrakken van de Noordzee wordt bemoeilijkt door de weersomstandigheden (wind en golven), de getijdenstromingen, het vaak troebele water en de verzanding. Factoren die de wrakduikers onder ons allen bekend zullen zijn.

In de namiddag kon je je vondsten ook aan enkele specialisten tonen, zoals je op bovenstaande foto kan zien. Amai, dit is een lange post geworden. Ik had dan ook veel notities genomen. Bedankt om helemaal tot het einde te zijn blijven lezen ;-)

Meer over noordzeewrakduiken en onderwaterarcheologie? Stay tuned!

29 november 2014
/

Mission The Wash – The Movie Trip

Eentje uit de oude doos…

Duiktrip met Cdt. Fourcault: het vertrek

Na lang aftellen was het zover! We zouden vertrekken op Noordzeetrip. ‘We’ zijn John, Ion, Luc en ikzelf (en dan nog wat duikers van bevriende duikclubs). De Cdt. Fourcault, onze thuisbasis voor de komende week, ligt (misschien) op ons te wachten in de haven van Hull. Misschien want hun vorige reis ging naar het Hoge Noorden en daar liep niet alles volgens plan.

In Zeebrugge wacht een camionette die ons duikmateriaal op de ferry mee zal nemen. 24 duikuitrustingen passen er nipt in en de banden kunnen het gewicht amper aan.
Als illegalen (spreekwoordelijk hé, we waren allemaal perfect in orde met onze papieren) kropen we zelf –dicht tegen elkaar- in een tweede camionette. Klaar voor de overzetboot.

2 Illegalen

4 Cdt Fourcault

The Humber

Na een lange nacht klauteren we aan boord van de Fourcault. De weersvoorspellingen zien er niet goed uit maar hoopvol maken we ons materiaal duikklaar en vooral stormvast. Pim en zijn team verwelkomen ons en Pim vertelt over het ijs waar ze in vastzaten.

Eens we de Humber verlaten wordt het helaas al snel duidelijk dat duiken in The Wash er niet in zal zitten: 7 Beaufort! We bekijken dan maar Das Boot om ons enkele uurtjes bezig te houden. Na een woelige nacht worden we terug wakker in de Humber. De Fourcault maakte rechtsomkeer en zocht bescherming in de riviermonding tegen de 8 Beaufort die er ondertussen stond. Een linkje naar tips tegen zeeziekte is hier op zijn plaats ;-)

Films, films, films…en Uno

Het leven aan boord bestaat uit slapen, eten en dvd’s bekijken. De massagestoel kent veel bijval. We hopen op weersverbetering zodat we toch enkele duikjes (desnoods niet in The Wash) kunnen loggen. Misschien kunnen we beter een filmlogboek maken: Das Boot, Shooter, Pitch Black, As Good As It Gets, The Abyss, My Name is Nobody, Magnolia, Broken Flowers, The Fifth Element, Finding Nemo, Hostel, Usual Suspects, The Departed, True Lies, Jack Ass, From Dusk till Dawn, … en nog 20 andere.

Na 3 dagen komt Luc met een leuke afwisseling: UNO!
Tja, het was voorspeld op Luc zijn T-shirt: You’ll never dive…11 Youllneverdive

13 film

12 Uno

Toch duiken?

Vrijdagochtend is er goed nieuws: we gaan duiken! Iedereen trekt heel enthousiast zijn uitrusting aan. Je kan kiezen hoe je in het water gaat: springen of met de kooi. Ik kies voor de kooi, het lijkt me net te hoog om met volledige duikuitrusting en decoflesje te springen. De zodiac trekt je m.b.v een surfplank naar de dregboei. Het is een makkie om op de surfplank te komen zegt Pim… Yeah right! Niet voor een klein meisje met een decofles! Gelukkig is de bemanning erg behulpzaam. Aan de boei wacht ik op Luc om de afdaling in te zetten.

Fane

Beneden wacht ons een verrassing: we kunnen 2 kanten op. We kiezen rechts… Geen wrak te zien, enkel kreeftenfuiken, stof en heel veel andere duikers, allemaal op zoek naar het wrak. Plots vinden we, wonder boven wonder, het touw terug. We besluiten de andere kant te nemen. Een paar meter van het touw botsen we (eindelijk) op het wrak. We hadden geluk bleek achteraf. Niet iedereen had het wrak gevonden. Het zal je maar overkomen op je eerste Noordzeeduik (zonder namen te noemen, hé Brecht)!

Duik 2?

De tweede duik wordt een nachtduik. Omdat we geen bodemtijd willen verspillen met het zoeken naar het wrak, wordt beslist de rebreatherduikers eerst het water in te sturen. Zij zoeken het wrak, leggen een reeltje en sturen een boei naar de oppervlakte. De rest maakt zich aan boord duikklaar, klaar om te springen (jaja, ook ik beslis met knikkende knieën te springen). Met kilo’s materiaal wachten we op de boei.

Na een uurtje komen de eerste duikers terug boven. Niks gevonden! Geen duik dus. Teleurgesteld doet iedereen zijn materiaal af. Iemand van de andere club (Of mag ik gewoon zeggen dat jij het was, Yvan?) neemt zich voor de volgende keer te wachten met pakpissen tot hij IN het water zit. De discussie die volgde laat ik even achterwege. Niet echt reclame voor de dregkwaliteiten van de Cdt. Fourcault.

De avond wordt afgerond met een filmpje en een spelletje strip-Uno (ja jong, na al die dagen op een boot begint een mens al eens gekke ideeën te krijgen). Dat laatste werd door alle partijen eerlijk gespeeld. Niemand speelde vals, ahum.

Koper!

Poging 3. Na een zware discussie is beslist dat er op het wrak gedregd wordt. De zodiac dregt, terwijl ze een van hun duikers het water insturen. Onze organisator Filip heeft getimed hoelang het duurde om het wrak te vinden. Je moet het hem maar eens vragen. De duiker van de Fourcault keert na 70 minuten aan de oppervlakte terug. Hij heeft het wrak niet gevonden! Wij gelukkig wel. Het was een prachtig wrak! Zowat iedereen haalt wel iets boven: kreeften, lantaarn, een koperen handvat, …

Lord Budt

De sfeer aan boord is op slag helemaal omgeslagen. Iedereen bewondert de souvenirs, geniet van de zon en droomt alweer van het volgende wrak (heel voorzichtjes dan, want met de Foucault weet je nooit…). Het lijkt ons eindelijk mee te zitten. Het derde wrak is ook een pareltje met heel veel vis en kreeft (goed voor de BBQ van vanavond!). Helaas is het al meteen het laatste wrak van deze trip. Algauw hebben we (met decogas) 17 minuten decotrap aan ons been en moeten we aan onze opstijging beginnen.

Kreeft!

De trip wordt afgesloten met een lekkere BBQ (met kreeft). Iedereen is het eens: het eten was absolute top. Tegen 1u ‘s nachts varen we Zeebrugge binnen na een (duik)trip van extremen. Dat het een trip was waar we het nog vaak over zullen hebben…

9 Heidi

35 BBQ

36 zonsondergang

46 Bagage in Zeebrugge

4 september 2014
/

Top 10 mooiste duiken

Posted in Scuba diving by

Belgica Nicolas Mouchart-115

Naar aanleiding van mijn 1000ste duik, even een paar toppers op een rijtje. Klaar voor mijn top 10 van de mooiste duiken?

Top 10 van mijn mooiste duiken

  1. Nachtduik in de Malediven met tientallen haaien, roggen, schildpadden,… Nog beter dan de mooiste National Geographic reportage. Vraag maar aan mijn buddies.
  2. Duiken op de Belgica.
  3. Noordzeewrakduiken met ongelooflijk goede zichtbaarheid: 18 meter op de duikboot, wellicht zelfs nog meer op de Birkenfels. Verder ook het vermelden waard: kreeften aan de schroef van de Garden City, hé Wim… Niets te zien in de Noordzee? Bekijk dit filmpje dan eens. Wedden dat je snel van gedacht zal veranderen?
  4. Scapa Flow, vooral de onverwachte kleurenpracht van de block ships. En het vliegen over het kelp aan het einde van de duik.
  5. De wrakken van Coron. Adembenemend. Een must voor de ervaren wrakduiker!
  6. Schelpenhoek in Zeeland: een pittige duik in Le Jardin de Caroline. Eentje om nog eens opnieuw te doen. Ook al moet je een heel stuk wandelen en over poortjes van de boer kruipen.
  7. Zeepaardjes en pygmee-zeepaardje in Puerto Galera. Eindelijk, zeepaardjes in het wild zien!
  8. Duiken met walvishaaien, manta’s en een bultrug met jong in Mozambique.
  9. Duiken met een zeehond in Zeeland.
  10. Een duik op de Similan Islands in Thailand waar A. en ik meer dan een uur doken. We moesten de duik met tegenzin afbreken omdat we beiden hoognodig ‘moesten’ en we allebei geen pakpissers zijn. Cousteau wist waarom hij deze plek ook in zijn Top 10 had staan… De mooiste koraaltuinen die ik ooit zag.

Duiken die de top 10 net niet haalden: vorig Zeelandweekend – een duikje met schitterende zichtbaarheid aan de Zeelandbrug en de grote zeebaarzen die vlak voor onze neus zwommen. Ook aan de Zeelandbrug: de snotolven bijna zo groot als een voetbal. Aan Sas van Goes, in mijn beginnersjaren – plots 4 sepia’s zien en je ontspanner die net niet uit je mond valt van verbazing. Dolfijnen zien onderwater. En de eerste haaien, tijdens een duikcruise naar het Verre Zuiden in Egypte. En zo zijn er nog heel wat mooie herinneringen! Genoeg geschreven voor vandaag… tijd om nog een duikje te maken!

2 september 2014
/

1000 duiken later…

Posted in Scuba diving by

Op de blog! Die keer dat ik op de Belgica ging duiken... Link in profiel.

Hoe het begon…

20 oktober 2001. De dag dat ik voor het eerst in buitenwater ging duiken. Mijn eerste duik was in de Drie Vijvers in Adinkerke. Ik kreeg een knalroze pak aan met allerlei fluokleuren-accenten. Dat weet ik nog. En dat het eigenlijk al laat op het jaar was om nog doopduiken te doen, volgens de instructeurs. De laatste duiken van die eerste cursus zou ik op 11 november 2001 maken. In diezelfde Drie Vijvers. Het was al redelijk fris toen. Maar wat ik me ook nog herinner van die eerste duik was hoe tof ik het vond. In de Drie Vijvers liggen blokken waar metalen pinnen uitsteken. Met een beetje verbeelding leek het wel een wrak. Want dat wrakduiken dat had me ook altijd aangesproken. Hoewel mijn wens om op de Noordzee te gaan duiken toen nog op wat gelach onthaald werd: “Da’s niet voor beginners. Veel duiken en dan misschien…”.

duiken

Dive now, work later

Keurturnen, muziekschool, ritmische gymnastiek, zwemschool, toneel en ergens tussendoor ook nog snooker en pool,… Als kind had ik volgens mijn ma 101 hobby’s maar geen enkele voor lang. Ik begon enthousiast maar verloor al snel mijn interesse. Niks leek echt 100% mijn ding.

Met duiken vond ik meer dan een hobby. Het beheerst een groot stuk van mijn leven: mijn huis moest een gelijkvloerse berging hebben met spoelruimte, de koffer van mijn auto moet voldoende groot zijn en mijn levenstijl in het algemeen staat in het teken van duiken.

Hoe het ooit begon: zoals zovelen met een documentaire op tv – wellicht iets van Cousteau of op National Geographic. Het zou nog jaren duren voor ik de stap zou zetten. Nu is jeugdduiken al meer ingeburgerd. Toen leek het iets om later eens te doen, op vakantie.

Tot ik als jobstudente bij drie enthousiaste duikers terecht kwam. Ik vertelde hen dat ik graag eens op vakantie een cursus zou volgend. Ze raadden me aan dit toch in België te doen. Na mijn studies, dacht ik. Tot één van hen zei dat zij ook reeds als studente begon duiken. En een ander me zei dat hij een goede duikschool kende in Oostende. En zo geschiedde…

Tech diving

Viering duikinstructeurs

1000 duiken

Vandaag staat de teller plots op meer dan 1000 duiken. Heb ik het zelfs tot staff instructor geschopt, wat betekent dat ik mag assisteren bij het opleiden van andere instructeurs. Ik dook (en duik) veel in België en de buurlanden maar reisde ook de halve wereld rond (voor de statistieken: in die Drie Vijvers dook ik in totaal al 114 keer, ik logde 129 Noordzeewrakduiken en dook in 15 landen). Echt, ik kan me niet inbeelden hoe mijn leven er uit zou zien zonder duiken. Elke duik leer ik nog bij. Van ervaren duikers maar evenzeer van beginnende duikers. Bedankt aan al mijn buddy’s voor de duiken, de bijzondere ervaringen en de mooie vriendschappen.

Foto van net na mijn 500ste duik, 500 duiken geleden dus :-)

Thanks, buddy’s!

Namen noemen is gevaarlijk want je vergeet snel iemand. Mijn excuses alvast maar er zijn toch een paar mensen die ik in het bijzonder wil vermelden: Melanie, Nathalie en Steve voor de push om er ook echt aan te beginnen, Ion aka Plop voor die eerste duiken, Adje voor de professionele organisatie en zoveel meer, John om me te doen groeien en in me te geloven als staff instructor – op naar MI ;-). Jan, Vincent, Luc en Els voor de vele Zeelandduiken, met jullie deed ik een pak ervaring op! Lieven G. voor de eerste Noordzeeduik, Daniël voor zoveel meer Noordzeeduiken, Tomas voor die prachtige Belgicaduiken, Ruben voor het jarenlange ‘twee handen op één buik’ zijn – we made a great team! Tom, Jurgen, Walter en ‘Alain’ om samen het IDC-traject te doorlopen. De andere staff-leden voor het fantastische teamgevoel (Steven, Gregory, Laurent, Lieven, Daniël, Christoph,…). De buddies en leerlingen/studenten, zelfs de ‘moeilijke gevallen’ want daar leer ik vaak het meest van ;-) Jan en Martine voor de warme welkom in Cala Joncols en Nicolas, die zonder dat we het wisten mijn buddy was voor de 1000ste!

noordzee

2 september 2014
/

Belgica – de Gerlache

Please scroll down to read the story about the Belgica in English.

Belgica (1)

De geschiedenis

de Gerlache

Flashback naar eind negentiende eeuw. De Belg de Gerlache kocht het Noorse schip Patria en doopte het om tot de Belgica. Het plan was ambitieus: naar de Zuidpool reizen. Op 16 augustus 1897 vertrok de Belgica in Antwerpen. Aan de kaaien daar staan sinds een tijdje verwijzingen naar deze legendarische reis en de bemanning van de Belgica. Dat ze pas veel later zouden terugkeren, dat was niet voorzien. In februari 1898 raakte de Belgica vast in het poolijs. Ondanks verwoede pogingen alsnog los te komen, was het schip en zijn bemanning gedwongen om op Antarctica te overwinteren. Ze waren hiermee de eersten ooit om te overwinteren op dit continent. Het bleek een zware beproeving: wekenlang zonder daglicht, slinkende voedselvoorraden en geen vooruitzicht over wanneer ze uit het ijs zouden losbreken. Dit zou uiteindelijk pas het jaar erop zijn. In november 1899 vaart de Belgica Antwerpen terug binnen.

WO II

1940: De Britten gebruiken het schip als munitieopslag. Op 19 mei 1940 brengt een Duitse luchtaanval het schip tot zinken nabij het Noorse havenstadje Harstad.

De ontdekking

1990: Lokale duikers ontdekken het wrak. De Noor Kjell, die ik in Harstad ook zou ontmoetten, identificeerde het wrak als de Belgica. Gezien de vaderlandse geschiedenis zijn we in België uiteraard geïnteresseerd in het wrak en er vinden meerdere expedities plaats om de toestand van het wrak te evalueren met als doel de Belgica (of toch zoveel mogelijk delen ervan) te conserveren.

Mijn expeditie

Fast forward naar 2012. Nogal onverwacht kreeg ik een mail van onderwaterarcheoloog Tomas Termote. Hij zou een paar weken later op de Belgica gaan duiken. Of ik geen zin had om deel uit te maken van zijn expeditieteam? Tuurlijk! Er moest wel het een en ander geregeld worden (lees: verlof aanvragen in een hele drukke periode en budget dat voor de verbouwingen was voorzien vrijmaken voor een vliegticket en dergelijke). Maar ik kon deze kans niet laten liggen.

Op naar Noorwegen!

Op Brussels Airport ontmoetten we Nicolas, de onderwaterfotograaf. Ik dacht dat ik veel bagage mee had… Mijn berg bagage viel heel goed mee in vergelijking met het volgeladen karretje van Nicolas! De eerste vlucht bracht ons naar Oslo. Op de luchthaven daar maakten we kennis met de Roemenen die ons zouden vergezellen. Cameraman Cosmir en regisseuse/producente Ana zijn bezig met een documentaire over de enige Roemeen aan boord: Emil Racovita.

Harstad

Eens in Harstad worden we opgepikt door Kjell en Christian. Ze brengen ons naar het hotel. Onderweg was het genieten van de besneeuwde landschappen. Cosmir en Ana waren nogal stil. Het was pas toen bleek dat Ana in Frankrijk gestudeerd had en ik naar het Frans overschakelde dat het ijs brak.

In het hotel bleken we met een overboeking te zitten. De mannen zouden een kamer delen. Ana en ik deelden de andere kamer. De volgende nacht konden we elk een aparte kamer betrekken maar toen Ana de hoge prijzen in Noorwegen zag, was ze snel akkoord om de komende dagen ook gewoon een kamer te delen.

De rest van de avond brachten we in het duikcentrum door: flessen afhalen, lood en rest van het materiaal in orde brengen.

Time to dive!

De volgende dag startte al vroeg met een briefing. De geschiedenis van het wrak en de plannen van het wrak passeerden de revue en de duiken werden gepland. Na de briefing was het tijd om aan boord te gaan. Het was een eindje varen. De Belgica ligt niet ver uit de kust maar is het makkelijkst bereikbaar over het water.

De Belgica is 36 meter lang en heeft een houten romp. Het wrak ligt op ongeveer 20 meter diepte. Toen wij er waren, in maart was de watertemperatuur rond de 0°C. De zichtbaarheid was adembenemend! Omdat er een probleem was met de onderwatercamera’s, ging ik als eerste in het water. Van zodra je kopje onder ging, zag je de Belgica in zijn geheel liggen. Even naar adem happen!

Bucket list!

Dit was dus het wrak waar ik al zo veel over gelezen had. Zichtbaarheid +20 m!
De eerste duik was een algemene verkenning (voor het logboek: 20 meter, 50 minuten). Het viel me op dat er ontzettend veel krabben op het wrak wonen. Ook al was het water erg koud, met mijn dubbel onderpak, droogpak en duikwanten viel het best mee.

In koud water duiken vraagt, naast extra warme kledij, ook enkele speciale maatregelen: zo ga je boven water niet uit de ontspanners ademen om bevriezing te voorkomen.
Eens terug aan boord was de vloerverwarming in de boot een leuke verrassing. Na een debriefing vaarden we terug naar de haven.

Duik 2

De tweede duik stond in de namiddag gepland. Deze keer geen problemen met de camera’s en we waren al snel klaar om in het water te springen. Het wrak is in staat van verval, de kleinste aanraking kan voor serieuze beschadiging zorgen. Het is dus uiterst voorzichtig duiken. Bovendien bevindt er zich springstof aan boord.
Deze tweede duik volgden we ook een touw naar een tweede wrakje wat verder. Deze barge is niet veel speciaals (in vergelijking met de Belgica) en veel is er niet over geweten. We keerden dus snel naar de Belgica terug.

Duik 3

De dag erna, tijdens de derde en laatste duik van deze expeditie, toonde Tomas me het stuurwiel en namen we voorzichtig een kijkje in de stuurhut. Naast kranen zag ik er ook een kopje liggen. Het wrak is prachtig begroeid en toen wij er waren bewaakte een snotolf er zijn nest. Schattig om zien.

‘s Avonds stond nog een ontmoeting met een journalist op het programma maar die belde op het laatste nippertje af wegens een dringender bericht (er verdween die middag een Hercules in de omgeving). Terwijl het nieuws in België overheersd werd door de busramp van Sierré, was het al Hercules wat het Noorse nieuws betrof.

Voor we de dag erna naar huis vertrokken was er nog wat tijd om het (dure en beperkte) nachtleven van Harstad in te duiken en te shoppen voor het thuisfront.

De Belgica, het blijft me fascineren. Nog meer nu ik het wrak en zijn geschiedenis ervaarde, zowel door deze 3 topwrakduiken die zonder meer in mijn top 10 duiken allertijden horen als door de vele plekken in Antarctica, gerelateerd aan de Gerlache te kunnen bezoeken.

Als uitsmijter nog dit filmpje, het resultaat van het harde werk van Ana en haar team: Scufundare la epava Belgica

Belgica (2)

Belgica Nicolas Mouchart-33

Belgica Nicolas Mouchart-115

happy after Belgica dive

Expeditie team Belgica

Diving the wreck of the Belgica

Flashback to the late nineteenth century. The Belgian de Gerlache purchased the Norwegian ship Patria and renamed it the Belgica. The plan was ambitious: to travel to Antarctica. On August 16, 1897, the Belgica left Antwerp. Their return would be much later then planned.

The story of the Belgica

In February 1898, the Belgica became trapped in the polar ice. Despite frantic efforts to come loose, the ship and its crew was forced to overwinter in Antarctica. They were thus the first ever to overwinter on this continent. They suffered severe bearings: weeks without daylight, hardly any food stocks and no prospect about when they would be able to break free from the ice. In November 1899, the Belgica sailed back to Antwerp.

1940: The British use the ship as ammunition storage. On May 19, 1940 a German air raid brings the ship sinking near the Norwegian port town of Harstad.
1990: Local divers discover the wreck. The Norwegian Kjell, whom I met in Harstad identified the wreck as the Belgica. Given the national history, Belgium is of course interested in the wreck and starts up several expeditions, to evaluate the state of the wreck, with the aim to preserve the Belgica (or as many as possible parts of).

Expedition Belgica

Fast forward to 2012 when quite unexpectedly, I received an email from underwater archaeologist Tomas Termote. He was going to dive the wreck of the Belgica and asked me if I wanted to be part of his expedition team. Sure! This was a chance I could not let pass!

A few weeks later we met the underwater photographer Nicolas at Brussels Airport. I thought I had a lot of luggage… My amount of luggage was nothing compared to the laden trolley of Nicolas! The first flight took us to Oslo. At the airport we met the two Romanians who would accompany us during the expedition. Camera operator Cosmir and director/producer Ana were making a documentary about Emil Racovita, the only Romanian aboard the Belgica during the expedition of de Gerlache.

Harstad in Norway

Upon arrival in Harstad Kjell and Christian picked us up and drove us to the hotel. The surroundings were lovely and snow white. Cosmir and Ana were quite quiet. It was only until Ana told us she studied in France and I started to speak French with her, conversation ran more smoothly.

As there was an important conference in Harstad, the hotel was fully booked. Too full: they overbooked. The guys had to share a room and Ana and me were going to share a room. The next night, we all could have our seperate rooms. But when we saw the price of the room, Ana and I were happy to share the room for the whole period.

The rest of the night was spent in the dive store: filling dive tanks, checking weight belts and preparing diving equipment.

Diving the Belgica

An early start, the next day with an early morning briefing. We talked about the history of the wreck and studied the plans of the wreck. We planned the dives and divided the tasks underwater. After the briefing we went aboard the dive vessel. The Belgica is close to the shore but it is hardly possible to get there overland.

The wreck is 36 meters long and is made out of wood. It rests at about 20 meter depth. When we were there, early March, the water temperature was around zero degrees. The visibility was awesome. Because of an issue with the camera’s, plans changed and I jumped in first. As soon as I put my head below the surface, I could see the Belgica. Breathtaking! This was the wreck I had been reading and dreaming so much about.

The first dive

The first dive was an exploration dive. I logged 20 meter and 50 minutes. Eventhough the water was very cold, I didn’t feel it thanks to my dubble undersuit, drysuit and 3-finger gloves. Cold water diving asks for some special measurements. You avoid to breath through the regulators while above the surface. Otherwise they can freeze.

Second dive

The second dive was planned in the afternoon. This time all camera’s where ok and we all could jump in the water as planned. The wreck is devastated. The smallest touch can result in severe damage. You have to be very carefully while diving. Above the vulnerability of the wreck, the wreck is also covered in explosives. During this second dive we also explored the second wreck, a few meters further. There is not a lot known about it, compared to the Belgica.

The third dive

The day after, during the third and last dive of this expedition, Tomas showed me the steering wheel and we took a look in the bridge. Besides valves we also saw a mug. The fauna and flora of the wreck is awesome. I especially enjoyed the lump sucker, sitting on its nest.

In the evening we were supposed to meet a journalist but that was cancelled because of a missing Hercules. While the Belgian media had to deal with the terrible bus crash with school children in Sierré, the Norwegian press was all about the missing Hercules.
Before going home we hit the shops and enjoyed the nightlife. The Harstad way.

The Belgica, it stays fascinating. Even more now that I have dived it and experienced its history. Both by diving it and visiting the places it overwintered. Surely in my top 10 dives ever!
And last but definetely not least this video by Anna and Cosmir: Scufundare la epava Belgica

21 augustus 2014
/

Waarom elke duiker self reliant zou moeten zijn…

Posted in Scuba diving by

Self Reliant Diver

Please scroll down for English

Nooit te oud om te leren. Het gaat zeker ook voor de duiksport op. En dan gaat het niet om fysieke leeftijd. (Ook wel want ook 60-plussers kunnen nog leren duiken, er zijn zelfs voorbeelden van duikende 80-plussers maar dit artikel gaat over iets anders.) Hoeveel ervaring je ook hebt, je blijft bijleren. Andere situaties, andere omstandigheden,… Een duiker is nooit volleerd.

Na 12 jaar duiken in allerlei omstandigheden, durf ik zeggen dat ik best wat duikervaring heb. Ik geef al een aantal jaren duikles en heb een goedgevulde trukendoos om beginnende duikers, die wat meer moeite hebben om de oefeningen onder de knie te krijgen, vooruit te helpen. Ervaring die ik ook graag aan de nieuwbakken divemasters en instructeurs doorgeef. En ik leer zelf ook constant bij, zowel van beginnende duikers als van collega’s.

*Aan de niet-duikers: tof dat je deze blogpost al tot hier gelezen hebt. Maar ik neem het je niet kwalijk als je hier afhaakt. Kom morgen gerust terug voor een niet-duikgerelateerde blogpost of scroll even naar een andere post want het gaat even heel specifiek!*

Ben jij als duiker op elke situatie voorbereid?

Wat doe je als je je duikbril onderwater verliest? Hoe reageer je als je ontspanner blijft blazen? Welke back-ups heb je mee? Zitten je technieken om je decoboeitje op te laten nog scherp? En welke uitrustingsstukken heb je mee om je te bevrijden mocht je vastraken in een net of vislijn? Lees vooral verder als je bij één van deze vragen even twijfelend je wenkbrauwen fronste.

Blijven leren over alle niveaus heen. Praktijkervaring en vervolgcursussen zijn de sleutelwoorden. Een vervolgcursus die ik net zelf ook volgde en aan te raden is voor duikers met elk brevet tussen Advanced en instructeur is de Self Reliant Diver. Deze distinctive specialty stoomt de duikers klaar tot zo zelfstandig mogelijke duikers. Niet met de bedoeling alleen te gaan duiken maar om ook binnen het buddysysteem zo zelfbedruipend (taart voor wie een beter woord vindt!) te zijn.

Buddy

Het buddy-systeem is dus king maar in bepaalde omstandigheden kan het voorkomen dat duikers er alleen op uittrekken. Voorbeelden zijn o.a. onderwaterfotografen. Je zou kunnen zeggen dat een instructeur eigenlijk ook alleen duikt want hij staat in zijn eentje in voor zijn eigen redding (en uiteraard ook van zijn leerling).

Tijdens de Self Reliant Diver cursus leer je bewust omgaan met wat er tijdens de duik allemaal fout kan gaan en hoe je deze situaties op een rustige manier kan oplossen. Van de meeste situaties wist ik hoe ze op te lossen maar het was fijn dit allemaal eens in de praktijk te kunnen omzetten. Zelfs de gecombineerde oefening waarbij vanalles tegelijk fout kon lopen! Eigenlijk zou ik elk seizoen wel eens dergelijke stresstest willen ondergaan. Kwestie van de vaardigheden scherp te houden.

Dingetjes die me bijgebleven zijn**:

  • Ik had al een reservebril bij me. Maar als ik niet wil dat deze aandampt, kan ik voor de duik ook beter even in deze reservebril spuwen. (Duikers weten waarom – voor de anderen: ja ieuw! Maar het went wel)
  • Back ups! En deze dan ook meenemen. Ik heb een fingerspool om mijn boeitje op te laten maar moet de musketon nog altijd vervangen. Die fingerspool ligt dus thuis en ik zou mijn reeltje gebruiken om mijn boeitje op te schieten. Goed plan. Behalve als er tijdens de duik iets voorvalt met je reeltje en je de draad hebt moeten afknippen of het helemaal verstrikt zit.
  • Een extra inflatorslang op mijn deco-setje steken. Je kan je jacket wel opblazen met je mond maar het is handiger met je inflator + ook voor je droogpak.
  • Mijn cutter deed zijn werk. Twee cutters en/of messen zijn beter. Controleer ze regelmatig want als ze helemaal verroest zijn, gaan ze je ook niet helpen.
  • Lamp voor elke duikdag opladen. Het nadeel van een goede duiklamp zoals mijn Metalsub. Die gaan meerdere duiken mee waardoor je ze niet elke keer oplaadt. Tot je vergeten bent hoeveel duiken je er al mee gedaan hebt en het oranje lichtje gaat branden. Gelukkig heb ik in dat geval een goede back-up lamp bij.
  • Oefenen, oefenen, oefenen. Geldt zowel voor het duiken met decoflesje (Was best lang geleden. Als in: aan welke kant hing ik dat ding ook weer?! Uiteindelijk bleek het als fietsen te zijn, je verleert dat zo snel nog niet.) als het oplaten van mijn boeitje. Op mijn manier (met de alternatieve luchtbron) lukte dat wel. Als ik het op een betere manier wou doen (je uit-ademlucht erin blazen), was het maar een triestig slap boeitje. Bovendien was mijn fles zogezegd leeg en de kraan dus toegedraaid. Ik draaide me om waardoor mijn droogpak ontluchtte en ik kon deze dus niet meer opblazen. Zie dus ook waarom ik een extra inflatorslang op mijn decoflesje wil.

Ik ben dus echt en oprecht erg enthousiast over deze specialty en kan het alleen maar aanraden. Eigenlijk zou het een vast onderdeel van het curriculum moeten zijn tussen Advanced Open Water Diver en Rescue Diver. Ook voor wie niet de richting van het technisch duiken kiest.

** Dit zijn maar een paar voorbeelden. De cursus omvat veel meer.

 

Why every diver should be ‘Self Reliant’

One is never too old to learn. That certainly is correct for diving. And it is not about physical age. (It is too, because one can learn diving even over 60, there are even examples of divers aged 80 and plus, but this blog post is about something else.) No matter how much experience you have, you keep on learning. Other situations, different circumstances… A diver is never fully trained.

After 12 years of diving in all kinds of circumstances, I dare to say I have quite extensive diving experience. I have been teaching for some years and have a well-stocked bag of tricks for novice divers who are struggling a bit more to master the skills. Experience that I like to pass on to the new-fangled divemasters and instructors. 

* Message to the non-divers readers of this blog: cool that you’ve read this blog post up here. But I do not blame you if you drop out here. Come back tomorrow for a non-diving related blog post or just scroll to another post! 

Be prepared for the (un)expected

What do you do when you lose your mask under water? How do you react when your regulator continues to blow? What backups do you have? Read on if you glanced doubtfully at one of these questions. 

Non stop continuous learning across all levels. Experience and continuing education are the key. An advanced course that I just took myself and would recommend for divers with any certification between Advanced and instructor is the Self Reliant Diver. This distinctive specialty prepares divers ready to be self reliant. Not with the intention to go diving solo but also within the buddy system.

Buddy

The buddy system is King, but in certain circumstances it may happen that some go diving on their own. Examples include underwater photographers. You could also say that an instructor dives alone too as he stands alone in his own salvation (and of course his student). 

During the Self-Reliant Diver course, you learn consciously dealing with what can go wrong during the dive and how to solve it in a calm manner. In most situations, I knew how to fix them, but it was nice to be able to convert all in practice. Even the combined exercise! Actually, I’d like to undergo such a stress test every season.

Things I’ve learned **: 

* I already had a spare mask with me. But if I didn’t in it. (Divers know why – for the others, yes ‘ew’ but you get used to it) 
* Back up! And take them with you. I have a fingers pool but the snap still needs to be replaced. So I left it at home. Useless there, of course.
* An additional inflator on my deco set. You can blow your jacket with your mouth, but it is more convenient If you have a spare inflator. Not to mention the drysuit! 
* My cutter was doing its job. Two cutters and / or blades are better. Check them regularly because when they are completely rusted, they will not help you. 
* Charge your dive torch for each day of diving. The disadvantage of a good dive light as my Metalsub. I can do several dives without charging. Until you’ve forgotten how many dives you’ve already done it and the orange light shows up. Luckily I have a good backup lamp as well.
* Practice, practice, practice. Applies to diving with the deco bottle (Was quite long ago as in: what side do I hang that thing? But in the end it turned out to be like riding a bike you pick it up quickly again).

So I am really and truly very excited about this specialty and can only recommend it. Actually it should be part of the curriculum between Advanced Open Water Diver and Rescue Diver. Even for those who are not choosing to do technical diving. 

** These are but a few examples. The course includes much more.

12 juli 2014
/

Zeeziekte

Zeeziekte

Zeeziekte. Het is geen lachertje en ik kan er helaas van meespreken. Niet dat ik over de reling moet hangen ofzo (trouwens altijd met de wind mee, als je de behoefte hebt om over de reling te hangen!). Neen, ik voel me mottig en kan alleen maar denken: wanneer kan ik weer aan land. Of wanneer mag ik in het water springen want meestal zit ik op een boot om te duiken en eens onderwater heb je normaal gezien geen last meer van zeeziekte.

Vroeger had ik er nochtans geen last van. Mijn grootvader had een bootje en ik vond het geweldig om daar dan mee te mogen varen. Ik herinner me ook boottochtjes naar Engeland en op reis in Italië waar het gezelschap zeeziek was en ik er eigenlijk helemaal geen last van had.

Duiken op de Noordzee

Het begon allemaal met mijn eerste Noordzeeduik. Die Noordzee, dat is toch iets specialer, iets avontuurlijker en iets gevaarlijker. Extra stress die dus op mijn maag sloeg. Was de eerste en enige keer dat ik moest overgeven van zeeziekte. Vreemd, maar sindsdien ben ik dus makkelijk zeeziek, zonder overgeven.

Ik hou enorm van die Noordzeeduiken dus ik hield vol. Er waren wat trucjes: materiaal al klaarmaken in de haven, rustig naar de horizon blijven kijken, geen chocolade of chocolademelk drinken en bananen eten. Bananen kalmeren je maag en zijn het enige voedingsmiddel dat hetzelfde smaakt als het eruit komt, dan als het erin gaat.

Scopolamine

Het bleef behelpen en mijn buddies moesten me helpen met mijn zwemvliezen aandoen omdat ik me te mottig voelde. Eens in het water was ik een ander mens. Tot de schipper van onze boot me een medicijn met scopolamine aanraadde. Zowel in tabletvorm als in suppo’s te verkrijgen. Als je al zeeziek bent, zullen pilletjes niet echt meer helpen want je houdt ze niet binnen. Vandaar dus ook die suppo’s.

In het buitenland heb ik er een pak minder last van, van die zeeziekte. Zou te maken hebben met hoe de Noordzee rolt. Zo waren we enkele jaren terug gaan duiken in de baai van de Wash aan Engeland. 9 Beaufort en we moesten op de Humber gaan schuilen. Zowat iedereen aan boord zeeziek en ik had er geen last van.

De laatste dag duiken in Estartit had ik het dan wel weer vlaggen. We zouden twee duiken na elkaar doen maar ik moést van boord. Er stonden redelijk wat golven en ik voelde me erg mottig.
Toen ik naar Antarctica reisde en de Drake Passage moest trotseren, had ik ook mijn voorraad scopolamine mee. Ze kwamen van pas in een zeetje met golven van 12 meter… De crew was dankbaar dat ik een grote voorraad mee had. We hadden dan ook erg extreme omstandigheden. Een weekendje zeilen met een relatief platte zee en ik heb er wel last van. Er zit niet echt een logica in.

Heb jij ook last van zeeziekte? Wat zijn jouw trucjes? Deel het in de comments!

Leuke uitsmijter: Arno vertelt hoe het zit met die suppo’s, vanaf 1’20:

Wist je dat je ook last kan hebben van landziekte?

17 mei 2014
/

Van Zuid-Afrika tot Mozambique

In 2007 was er nog geen blog. Maar wel al een reis- en schrijfkriebel. Naar aanleiding van deze blogpost, waarin ik het al even over die ontmoeting met die schildpad had, leek het me een perfect moment om het reisverslag van toen eens online te gooien. Veel leesplezier!

28/10 : Vertrek uit Zaventem

*In 2007 leek het me cool in een soort pseudo Afrikaans te schrijven. Mijn excuses. Het is gelukkig alleen de eerste paragraaf* Ons war veel te vroeg. D hat die kleed komiek. Ons het baie goed gelach. Het droeg die uitfit gelik Safari Jimmy! Vluch na London nie speciaal nie. Ons het gelach in vluch na Johannesburg. Het war die gebuur die achter ons zat! Het kon ons lich aanmaak. En ons die van die gebuur. Die vliegkapitein vertel ons ook dat die laatste vluch van die ijzeren vogel is.

Zuid-Afrika (1)

29/10: Eerste keer offroad

Tijd om de jeeps op te halen. Mister Nice Guy legde ons alles tot in de puntjes uit: 2 Landrovers (die nog volledig aan elkaar hangen) met telkens 2 tentjes op het dak. En toen begonnen we eraan! In Zuid-Afrika en Mozambique is het links rijden. Alles in de wagen is omgekeerd: als je de richtingsaanwijzers wil aanzetten, gaan plots de ruitenwissers heen en weer en omgekeerd. Ja, elke gelegenheidschauffeur zette wel een keertje de ruitenwissers aan ipv de richtingaanwijzers.

We waren amper 25 meter offroad of jeep 1 met Johnny Offroad reed zich al vast in de modder. Jeep 2 volgde luttele seconden later… Met vereende mankracht en hulp van een lokale visser groeven en duwden we de jeeps los. Het pakje van Safari Jimmy bleef niet lang moddervrij. De rest van de reis bleef jeep 2 ruim achter jeep 1. Kwestie van niet wéér allebei vast te zitten.

Zuid-Afrika (2)

30/10: Een regen van Watervallen

Neen, niet de Watervallen van Plopsa Coo (nvdr anno 2014: sluipreclame voor de toenmalige werkgever) maar Bridal Veil Waterfall, Mac Mac Waterfall, Blyderivier en Potholes stonden vandaag op het programma.

Zuid-Afrika (3)

J-M toonde zich een echte kamikaze-chauffeur door meerdere stopbordjes te negeren en plankgas op de verkeerde rijstrook verder te rijden. C werd Hot C nadat ze een lokale bewoner gehuld in een winterjas vroeg of hij hot was. En verder kregen we heel wat adembenemende landschappen te zien. We zagen ook de small Five: schaap, kip, koe, baviaan, varken. Morgen beginnen we aan de Big Five…

31/10: Krugerpark dag 1

De Safari begint! Hier hebben we allemaal lang naar uitgekeken. Spannend hoor! Zullen we olifanten zien? Misschien zelfs een leeuw? Of grote poesjes? Met het fototoestel in de aanslag rijden we Krugerpark binnen langs de Phalaborwa ingang. Offroad Johnny ruilt zijn naam even in voor Stofwolk Johnny. Als snel zien we Impala’s, olifanten en een buffel! Na de middag is het mijn beurt om te rijden. Nu was ik het wel gewoon om met een gigantische jeep te rijden maar links rijden… Het is wennen. Gelukkig zijn er amper andere auto’s te zien. Ik zit amper 5 minuten achter het stuur of de weg is versperd… door een kudde buffels! Mijn hart bonkte in mijn keel terwijl de rest me aanraadt om kalm verder te rijden. ’s Avonds lees ik dat buffels erg agressief zijn. Gelukkig lees ik dit pas na mijn ‘buffelmoment’. Safari Jimmy krijgt wat later ook zijn ‘buffelmoment’. Een nieuwsgierige olifant wil even komen kennismaken maar Safari Jimmy is een beetje bang van olifantjes en maakt zich snel uit de voeten.

Na een gezellige braai, kruipen we in onze tentjes. Tijd om te dromen over de hyena’s, olifanten, nijlpaarden, zebra’s, buffels, struisvogels,… die we gezien hebben.

Kruger (1)

1/11: Krugerpark dag 2

Ook vandaag weer heel veel dieren gezien! Net voor het donker wordt, zijn we midden in de mooiste natuurdocumentaire belandt. Op het eerste zicht een verlaten drinkplaats. Tot we enkele nijlpaarden ontdekken. En hé, is dat daar geen krokodil? We willen net verder rijden als we plots een paar buffels opmerken. Een paar werden er al gauw 100, misschien zelfs 500?! Net een file op de E40. Plots valt een krokodil de buffels aan en stuiven de buffels het water uit. De krokodil hapt naast maar de buffels vertrouwen het niet meer helemaal. Het showspel is nog niet gedaan. Aan de overkant komt een kudde olifanten samen. Mooi op een rijtje: mama’s, tantes en baby’s. Prachtig geregisseerd door National Geographic! Echt een moment om stil van te worden. Een moment om niet meer te vergeten, om te koesteren en te herbeleven.

Kruger (2)

Nog niet helemaal bekomen van dit magisch moment, staat het geluk alweer aan onze kant. Zwarte neushoorns kruisen zomaar de weg! Erg uitzonderlijk in het Krugerpark en 2,5 op 5 voor ons (We willen ook graag nog de Witte neushoorn zien).

2/11: Krugerpark dag 3

Hoeveel geluk kan een mens hebben? Veel, zo blijkt! 8 paar ogen speuren vandaag naar leeuwen en de grotere katachtigen. Telkens als we denken iets gezien te hebben, blijkt het een steen te zijn. En daar weer een steen. Alhoewel… het lijkt wel een leeuw. Was dat een leeuw? Euh, STOP! Terugkeren! Ik heb een leeuw gezien! Daar ligt ze onder een boom, genietend van de schaduw. Jeep 1 is helaas al verder gereden. We proberen hen te bellen. Murphy zorgt er echter voor dat we geen ontvangst hebben. Gelukkig merkt jeep 1 op dat we niet meer volgen en keren ze terug. 3,5/5!

Kruger (3)

Op de koop toe zien we ook nog de zeldzame Witte Neushoorn: 4/5. Een luipaard zal voor de volgende keer zijn.

De camping waar we die avond onze tenten opzetten zal ooit wel een sterrencamping geweest zijn maar daar is weinig van overgebleven. Zelfs geen douchekop. Het water in de ‘hot spa’ heeft hetzelfde kleurtje als onze plaatselijke 3 Vijvers in zijn mindere tijden. Hot C, specialiste in compensaties vragen aka “my friends aren’t happy” aka “refund” haalt haar slag thuis en we krijgen de helft terug.

3/11: de weg naar Mozambique

Eén van de meest avontuurlijke momenten van deze avontuurlijke reis was vast en zeker de grens oversteken naar Mozambique. ‘Mannekes’ komen ons helpen om door de (omkoopbare) paperassenmolen te geraken. Tussen alle zwart gekleurden staat een spierwitte albino met rood petje. Later die dag komen we nog een albino tegen met een rood petje, maar dan kilometers verder. Het is ons niet duidelijk of het dezelfde persoon kan zijn geweest.

De eerste stukken offroad in Mozambique eisen al gauw hun tol. Izzy Whitesocks kan één van de potholes niet meer ontwijken en we horen een luide boenk. Na een tijdje hoor ik iets ratelen maar we zien niet meteen wat het zou kunnen zijn. Tot ik mijn hoofd uit het raam steek (Izzydoor had dit ook geprobeerd maar was wel zijn raam vergeten opendraaien -BOINK!): één van de bullbars hangt halflos. Er zit niks anders op dan te stoppen en technische assistentie te vragen van jeep 1. Terwijl de mannen de bullbar vastmaken (met een t-wrap, wat had je gedacht?) om de reis te vervolgen, bevestigen de vrouwen alle rolpatronen door broodjes te gaan smeren voor de mannen. Vanuit het bos komen plots kindjes tevoorschijn. Ons hart breekt en we willen hen een pakje koekjes geven maar ze kijken ons argwanend aan. Deze kleine Mozambiquaantjes zijn helemaal niet gewoon dat blanken vriendelijk zijn. Ze denken dat we Zuid-Afrikanen zijn en vertrouwen het niet. Tot ik hen in het Spaans aanspreek (met hier en daar een Portugees woord tussen), pas dan lachen ze en bedanken ze ons. Mijn hart smelt en mijn besluit staat vast: thuis adopteer ik een Cunina-kindje!

Wat leerden we nog tijdens deze rit? Een sportbeha is geen overbodige luxe bij dergelijke offroads (of je moet een chauffeur hebben zoals W die je waarschuwt: hou ze maar al vast!). En voor het woordenboek: stofnegers: zwartgekleurde medemens die niet gewoon is van 2 jeeps na elkaar te zien. Ze gaan uit de kant voor de eerste wagen maar verwachten de tweede jeep niet. Plots duiken ze vanuit het stof op en kunnen net op tijd voor de tweede jeep wegspringen: spannende momenten zowel voor hen als voor de inzittenden van de jeep!

4/11: Duikdag 1

De vorige avond reden we door tot in Barra Lodge, bij Tofo waar we de komende week verblijven. Na een paar weekjes geen water te hebben gezien, kriebelt het wel erg om te gaan duiken. En we worden verwend. Voor de eerste duik brengt de zodiac ons naar Giant Castle waar we verwelkomd worden door een gitaarhaai. De duiken zijn een pak kouder dan verwacht (zo’n 7°C kouder!). In de loop van de week varieert de temperatuur op mijn Vytec-duikcomputer tussen 19° (Brrrrr) en 23°C. Zelfs voor mij is een 2mm net iets te fris. Gelukkig kan ik een onderpakje en een super-de-luxe Maresduikpak lenen. Dus bij deze nogmaals dank!

Op de tweede duik vandaag in Office (gelukkig niks met werk te maken) wordt onze divemaster gestoken door een zeewesp.

5/11: Duikdag 2

Bij het instappen in de Zodiac loopt het bijna verkeerd… Een golf overspoelt het bootje en de schipper kan ons maar net uit de branding krijgen. Eerst duiken we op Amazon. Deze duiksite is een schoon voorbeeld van de duiken in Mozambique: weinig kleurrijke koralen maar des te meer grote scholen grote vis… en af en toe een haai, zoals de grey reef shark.

’s Namiddags gaat de wind eindelijk een beetje liggen en kunnen we eindelijk naar Manta Reef! We hebben er een zodiac-rit van bijna één uur voor over maar we worden beloond: tientallen Manta’s, Shadow dancers, duivelroggen die tikkertje lijken te spelen en schildpadden. Omdat iedereen het verhaal van de Close Encounter van Safari Jimmy met de Grote Zeeschildpad al gehoord heeft, zullen we maar niet vertellen hoeveel schrik hij had toen hij bijna werd opgegeten door de big mean turtle. Deze duik kan je met geen woorden beschrijven en de terugrit met de zodiac nog minder: wellicht de langste slappe lach ooit. En dan… Whaleshark! Iedereen doet bliksemsnel zijn zwemvliezen en duikbril aan en glijdt in het water. Amper 2 meter onder ons zwemt een walvishaai! Het zoveelste moment van de reis dat in je geheugen gegrift staat. Naast zo’n groot creatuur zwemmen doet je wat. En het houdt niet op want we krijgen ook nog de kans om met een groter exemplaar te snorkelen.

’s Avonds sluiten we de avond af met een lekkere braai op het terrasje. Op het strandje hadden we een barracuda gekocht en die wordt vakkundig op de braai gelegd door topchef-koks D en J. D verdwijnt naar binnen en het duurt wel erg lang vooraleer hij terugkomt. Nu moet je weten dat hij wat last had van zijn bifidus en we werden dus een beetje ongerust toen we hem hoorden roepen. Hilariteit alom: even dachten we dat hij om wc-papier riep… Het bleek inderdaad een sanitair probleem te zijn: toen hij het keukenkraantje opendraaide, schoot de kraan eraf en het water spoot metershoog de lucht in… Gelukkig kon Handige J hem uit de nood verlossen.

6/11: Duikdag 3

Het kan verkeren: gisteren heel veel Manta’s op Manta Reef, vandaag geen enkele gezien! De tweede duik ging naar Sherwood Forest. Op de terugweg een grote walvishaai om mee te snorkelen. Na het duiken gaan we shoppen in Tofo Beach op een lokale markt. De braai van die avond valt letterlijk in het water. Een goede regenbui zet onze lodge onder water en het lijkt dweilen met de kraan open.

7/11: Duikdag 4

Deze ochtend op Manta Reef had eindelijk ook Izzy Whitesocks het geluk om de Manta’s te bewonderen. Met een spanwijdte tot 6m zijn deze roggen niet alleen erg groot maar ook heel sierlijk. Op de terugweg krijgen we nog een kleine walvishaai als toetje. In de namiddag (The Office) hebben de meesten (behalve mijn buddy W en ik dus) het geluk een Zambezi-haai te zien. Op de terugweg worden we vergezeld door dolfijntjes.

Niet alleen water om te duiken. Ook water in de slaapkamers van de lodge. Is het niet het douchewater dat in de kamer van Hot C en IssyWhitesocks loopt, dan is het de rivier die door onze lodge stroomt. Eigenlijk best grappig hoor: het water stroomt langs de voordeur naar binnen en verlaat de lodge weer via de terrasdeuren. We weten meteen waarom de gordijnen niet tot op de grond hangen maar zo’n 20 cm erboven.

8/11: Duikdag 5

Vandaag varen we een laatste keer naar Manta Reef. We zien niet alleen mantaroggen, er zijn ook grote Spaanse danseressen te zien. Deze naaktslak is eigenlijk een nachtdier. Enkel hier in Mozambique zie je ze ook overdag.

We kwamen in de ideale periode om Manta’s en walvishaaien te zien. De walvishaaien passeren hier elk jaar. Ook de Bultrug komt elk jaar door deze wateren, op weg naar Antarctica. Maar de bultrug is in oktober normaal gezien weg. De kans is dus heel klein om dit prachtig dier nog in november te zien. En toch! Op de terugweg van Manta Reef zien we een Humpback Whale samen met zijn baby! Als we heel rustig zijn, mogen we erbij snorkelen… Iets later zien we de vinstaart het water inglijden.

Als extra gaan we in de namiddag naar het Collosseum. Onze divemaster had deze plaats zelf ontdekt. Leuke duik om af te sluiten met een grotje, een witpuntrifhaaitje, een manta, reuzegrote scholen vis én 24°! Eindelijk tropische temperaturen!

Kortom: unieke duiken en unieke ontmoetingen met unieke wezens!

9/11: rit naar Xai-Xai

Mozambique

Het is stiller in de auto. Iedereen is aan het bekomen van de vele impressies. Buiten wat sightseeing (ronde hutjes!), een bezoek aan een lokaal marktje en een snelheidsboete is het een rustige rit. In Xai-Xai is het even zoeken naar een overnachtingplaats. Het wordt uiteindelijk een feeërieke lodge met zicht op zee en een prachtig terras onder een sterrenhemel. We worden, voor de zoveelste keer, stil bij zoveel schoonheid.

10/11: rit naar Nelspruit

Weerom zorgt de grensovergang voor onvergetelijke momenten. Wildplassen wordt streng bestraft met een toiletbezoek. (en nog een, en nog een, en nog een,…) Whitesocks Senior kan je er alles over vertellen.

In Nelspruit logeren we in een lodge bij Belgen. Het zwembadmonster voegt zichzelf toe aan de ellenlange lijst van dieren die Safari Jimmy tijdens deze reis aangevallen hebben. We bezorgen de enthousiaste jongens van de carwash een superdag (en zij ons door onze jeeps weer moddervrij te maken) en D valt in slaap met een cola-tje in zijn handen.

Doodmoe maar gelukkig leveren we de dag erna de jeeps weer in vooraleer het vliegtuig ons huiswaarts brengt. Op alle vlakken een memorabele reis!

Tips om de Big Five te spotten, vind je hier!

27 maart 2014
/