Over onderwaterarcheologie en wrakduiken

Posted in Scuba diving by

Studiedag onderwaterarcheologie (2)

VLIZ studiedag

Vorige maandag nam ik een dagje verlof om de studiedag Archeologie en Onderwaterlandschap bij te wonen. Had ik vroeger geweten dat onderwaterarcheologe een beroep was, ik had misschien iets in die richting gedaan.

Er schreven uiteindelijk 190 mensen in voor de studiedag van het VLIZ. Zowel professionelen als liefhebbers van de duiksport. Een verslagje (ok, zeg maar verslag) van deze interessante studiedag:

SeArch

Eerst stelde Tine Missiaen het project SeArch voor. In het voorjaar was er al een info-avond (vooral voor wrakduikers) en toen kwam dit ook al aan bod. Het gaat vooral om het in kaart brengen van het onderwatererfgoed en een kader voor de rechtszekerheid te scheppen met een praktische handleiding en protocols. Want er is nu wel een wetgeving omtrent oa vondsten op wrakken in de Noordzee, hoe het praktisch allemaal moet lopen is nog niet helemaal duidelijk.

Het SeArch-project richt zich voornamelijk op drie testgebieden: de Thorntonvallei en de noordelijke vallei, de Oostendevallei en de IJzervallei en Raversijde. Ook strandprospecties vallen hieronder.

Geoff Bailey van de University of York erkende het toerisme als de grootste industrie wereldwijd. Een factor waar ook rekening mee moet gehouden worden. We leerden ook dat, als de zeespiegel 130 meter zou stijgen, Madrid als enige West-Europese hoofdstad zou overblijven. Een archeoloog die in die omstandigheden zou werken, zou vermoeden dat we vroeger, voor de stijging van de zeespiegel, vooral op het platteland woonden. Wat uiteraard niet zo is. Daarom is het ook belangrijk het onderwaterlandschap te onderzoeken. Dit kan veel verklaren over migratiestromen. Tot 6000 jaar geleden lag het zeeniveau veel lager.
Ook onderwatermeren kunnen ontdekt worden wat dan weer zeer belangrijk kan zijn voor streken waar droogte heerst.

Wetgevend kader ivm onderwatererfgoed

Thary Derudder van de Universiteit van Gent gaf een duidelijke presentatie over het wetgevend kader in België ivm onderwatererfgoed. Deze trad in werking op 1 juni 2014 toen de regering de geratificeerde Unesco Conventie in wetten omzette. Via ministerieel besluit zijn ondertussen twee scheepswrakken erkend. Het gaat om het lichtschip Westhinder en het Brits oorlogsschip HMS Wakeful dat in 1940 zonk.

Ze verduidelijkte wat er onder cultureel erfgoed onderwater wordt begrepen (elke ontdekking, deels/tijdelijk…). Voor de territoriale zee (de eerste 12 zeemijl) is er geen tijdscriterium. Binnen de Exclusieve economische zone gaat het om voorwerpen die zich minimum 100 jaar onderwater bevinden. Met de 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog vallen deze wrakken stelselmatig onder de nieuwe wetgeving.

Melding van vondsten in zee

Het is dus verboden om vondsten intentioneel boven water te brengen. Als je iets vindt, moet je dit melden via vondstenindezee.be of gouverneur@west-vlaanderen.be. Tussen 1 juni en 24 oktober waren al 15 meldingen gebeurd. Als je iets meldt, denk er dan ook aan de exacte coördinaten van de vindplaats mee te geven.

Wat gebeurt er nu na zo’n melding? Besluit het onderzoeksrapport dat aan de gouverneur bezorgd wordt dat het niet om cultureel erfgoed gaat, dan wordt de vinder eigenaar (geldt niet voor staatsschepen). Gaat het wel om cultureel erfgoed, dan wordt indien mogelijk voor in situ bewaring gekozen en volgen beschermingsmaatregelen.

Wie is de eigenaar?

Om te bepalen wie eigenaar is, gelden de eigendomsrechten. De oorspronkelijke eigenaar krijgt negen maand tijd om zich te melden en de eigendom op te eisen. De eigenaar moet alle gemaakte kosten op dat moment terugbetalen. Ook een museum kan aangeven eigenaar te willen worden. Wil niemand het eigendom dan kan de vinder eigenaar worden. De eigenaar moet het erfgoed opslagen, bewaren en beschermen met het oog op conservering op lange termijn. Hier hangt vaak een prijskaartje aan vast. Als ook de vinder het voorwerp niet wil, wordt de Belgische staat eigenaar.

Er zijn een paar zaken uit de Unesco Conventie niet concreet overgenomen. Zo is de verplichting om vondsten uit de EEZ of het continentaal plat van een andere staat te melden niet overgenomen. Het is ook niet duidelijk of, en in welke mate er samenwerking met andere staten zal zijn. De minister moet wel andere staten consulteren als een vondst interessant zou kunnen zijn.

Daarnaast zijn ook de beschermingsmaatregelen (welk soort erfgoed op welke manier beschermen) een uitdaging voor de toekomst. Net als de controle op de naleving van de wet. Er zouden incentives moeten komen voor het melden van een vondst.

Ook belangrijk om weten is dat vondsten die dateren van voor de wetgeving gewoon vrij gemeld kunnen worden. Het eigendomsrecht blijft.

Noordzeewrakken

Sven Van Haelst gaf wat meer uitleg over de wrakken in het Belgisch deel van de Noordzee. De wrakkendatabank en andere initiatieven worden gebundeld op www.maritieme-archeologie.be. Er zijn momenteel 361 posities bekend, waarvan 260 scheepswraksites (dateren van de 16e tot de 20e eeuw – 90% uit de 20e eeuw). 62 van deze wraksites zijn nog niet geïdentificeerd. Ook zijn er 6 vliegtuigwraksites. Het gaat dan vooral om brokstukken. De 65 overige vallen onder ‘andere’ te classificeren.

Deze wrakken staan bloot aan bedreigingen van natuurlijke aard (erosie, corrosie en elektrolyse en biologische aantasting zoals paalworm) en van menselijke aard (bouwen van windmolenparken, boomvisserij, zandwinning en wrakberging,…).

Enkele gekende wraksites:

  • Zeebruggewrak: vroeg 16e eeuws, per toeval ontdekt door een visser die een kandelaar had opgevist
  • ‘t Vliegend Hert: een 18e eeuws VOC schip wat grotendeels verzand is
  • het Buiten Ratel wrak
  • Rond de Kwintebank zijn ook al amforen uit de Romeinse Tijd opgevist.

Van de 20e eeuwse wrakken zijn er 140 oorlogswrakken (WOI en WOII) waarvan 80 oorlogsgraven. Er liggen ook heel wat Duitse U-boten. In ons stuk van de Noordzee ligt van elk type minstens 1.

Het archeologisch onderzoek op de wrakken van de Noordzee wordt bemoeilijkt door de weersomstandigheden (wind en golven), de getijdenstromingen, het vaak troebele water en de verzanding. Factoren die de wrakduikers onder ons allen bekend zullen zijn.

In de namiddag kon je je vondsten ook aan enkele specialisten tonen, zoals je op bovenstaande foto kan zien. Amai, dit is een lange post geworden. Ik had dan ook veel notities genomen. Bedankt om helemaal tot het einde te zijn blijven lezen ;-)

Meer over noordzeewrakduiken en onderwaterarcheologie? Stay tuned!

november 29, 2014
/
Previous Post Next Post

Leave a Reply

Lees ook:

%d bloggers liken dit: